Franciscus Wiliquine Tutelair

Uit TitVen
Ga naar: navigatie, zoeken

van Luik

Maasschipper Franciscus Guilhelmus Tutelair wordt 29 december 1660 in Luik geboren als eerste zoon en derde kind van Bartholomé Tutelair en Marie Roufosse. In diverse actes staat hij vermeld als Franciscus Wiliquine Tutelair, en in Venlo wordt zijn familienaam geschreven als Titulaer. Zelf ondertekent hij met “francois tutelaire”. Met zijn drie broers en drie zussen groeit hij op in de St.Christophe-parochie in Luik. Francois treedt in de voetsporen van zijn vader, een welgesteld maasschipper, en gaat de Maas bevaren tussen Luik en Dordrecht. Hij weet terdege dat de maashandel een niet ongevaarlijk beroep is, zijn overgrootvader Henri Tutellaire (1575-1624) stierf een gewelddadige dood op de Maas. Vrij vertaald lezen we hierover in het begraafboek van Huy:

  • “De 16e 8ber 1624 is Willikin Tutellaire door de Hollanders gedood, vanaf de andere oever van Saint Lambert, terwijl hij met z’n boot de Maas afzakte. Zijn lichaam is de 18e naar Hoey gebracht, waar het de 19e in onze St.Pierre-kerk is begraven en ook de mis is gezongen”.

naar Venlo

Op 8 februari 1689 trouwt de Luikse maasschipper Francois, zeer waarschijnlijk ook om bedrijfs-economische redenen (tolvrijstelling), in de St.Martinuskerk te Venlo met Catharina Orbon. In 1695 wonen ze gehuurd in het huis van de weduwe Orbo Lyna op het Maasschriksel. Urban Lijna was 3 augustus 1686 overleden in Venlo, z’n vrouw Margaretha Boux overlijdt 16 november 1699 in Venlo. Het huis was sinds 9 januari 1679 eigendom van Urban Lijna, na de dood van z’n vrouw gaat het (waarschijnlijk) over naar Francois en Catharina.

  • “Urban Lyna – Den 9.januarij 1679 coram judice, Oort en Bijl schepen, Gillis Cammu en Gertruydt Pommen eheluyden, voor hun en hunnen erven, vercocht, opgedragen en overgegeven, om eene somme geldt volgens coopcedulle, Urban Lyna en Margret Boux, eheluyden en hunnen erven, Een huys en erve opt Maesschrixel neffens Francis Coenen huys eener en de erffgenamen van Lysbeth van Hasselt en consorten erven ter ander syden gelegen, verclaerende te wesen vry erff.”

Op 11 april 1698 stelt in de heerlijkheid Blerick secretaris Johan Lamberts een overdrachtsprotocol op, waarin voor het eerst de familienaam als Titulaer wordt geschreven. Godefridus Reijnerts van den Boegaert als man van Ursula Bitzen, weduwe van Hendrick Ingenriet, laat beslag leggen op de ponten en voordere goederen van Matthij de Bien vanwege een schuld van 92 ½ rijksdaalder. Francois Titulaer en Catharina Orbon, ehel. Borgheren en inwoonderen der Stadt Venlo, staan borg voor deze schuld. Het toeval wil dat Hendrick Ingenriet en Ursula Bitzen de latere schoonouders worden van hun oudste zoon Urbanus.

Activiteiten

De 72 militaire transporten waar Francois Titulaer bij was betrokken - 1702
Het was een spannende tijd in Venlo, tot daadwerkelijke oorlogshandelingen kwam het in 1701, toen Venlo korte tijd in handen van de Fransen was. Direct na het uitbreken van de Spaanse-Successie-oorlog werd Venlo bezet door Franse troepen, maar hun aanwezigheid was slechts van korte duur. Staatse en Engelse legers verdreven de Fransen in 1702 uit de stad en Venlo kwam onder Staats bestuur. Francois Titulaer zat er middenin, zoals blijkt uit het onderstaande. Op 21 december 1702 wordt bij een notaris in Maastricht een acte opgemaakt als vordering van de Maastrichtse koopman Matthij de Bien voor een groot aantal scheepsvrachten die geleverd zijn in dienst van het land. Als eerzame getuigen en uitvoerders tekenen Francis Tutteler, burger en schipper te Venlo, Thomas de Laven en Gille l’Archiducq, burgers en schippers te Maastricht. Het betreft vijftien schepen brood van de Grave tot Venlo plus twee schepen brood van het gebroke slot tot Buggenum vier; van Venlo tot Buggenum vier; van de Graef tot Luyck een; van Venlo tot Luyck oock een schip met brood; totaal 26 schepen (moet zijn 27). Daarnaast acht schepen met fascijnen (takkenbossen) van het gebroke slot naar Asselt, van Blerick naar Asselt en van Tegelen naar Asselt. Tenslotte 72 schepen (volgens de acte 88!!) voor het transport van zieke en gewonde geallieerde troepen en hun bagage; eveneens Franse gevangenen met hun bagage. Hiervoor hebben 17 man 31 dagen gewerkt. Voor het “afbrengen” van de brugponten zijn 18 koppels paarden ingezet, 9 paardendrijvers en genoemde 17 man vier dagen onderweg geweest van Mook naar Venlo.

in de Fonteyne

DeFonteyne.png

Op 5 maart 1707 kopen Francois en z’n vrouw een tweede huis op het Maasschriksel. Naast hun huis ligt een grote herberg van de familie Coebergh, “in de Fonteyne” genaamd, die ze kopen van de erfgenamen Coebergh. Zeer waarschijnlijk hebben zij deze herberg verder geëxploiteerd. Na de vrede van Utrecht in 1713 tussen de koning van Pruisen, de Nederlandse Rupubliek en Engeland enerzijds en Frankrijk en Spanje anderzijds kwamen de zuidelijke Nederlanden onder Oostenrijks bestuur te staan, ging het noordelijk deel van het Overkwartier, waartoe ook Blerick behoorde, in 1715 over in Pruisische handen en kwam Venlo rechtstreeks onder het bestuur van de Staten Generaal als “generaliteitsland”, waarmee de stad een geïsoleerde positie innam in de omliggende territoria. Dit had directe gevolgen voor de Maashandel, de Republiek beheerste van Maastricht tot Dordrecht nagenoeg de hele handel op de Maas. Vanwege de talrijke tollen (52, w.o. Kessel en Well), en omdat men niet in staat was tegen de illegale tol-, los- en laadplaatsen, zoals onder Steyl, op te treden verliep de handel op de Maas. De vroeger zo levendige handels- en vestingstad sukkelde in slaap, het Staatsgarnizoen zorgde voor de enige economische activiteit.

Stamboom Titulaer

Op 15 juli 1736 overlijdt Franciscus Wiliquine Titulaer, 75 jaar oud, hij wordt in de St.Martinuskerk begraven. Z’n vrouw Catharina Orbon overlijdt 11 mei 1749 en wordt eveneens in de St.Martinuskerk begraven. Ze hebben de basis gelegd voor een rijk nageslacht.

maasschippers