Grubbenvorst

Uit TitVen
Ga naar: navigatie, zoeken
Grubbenvorst (1749-Jan de Beyer)

Grubben en Vorst

Gribben met (half) Vorst was een zeer oude vrije heerlijkheid waartoe aanvankelijk ook Arcen, Lomm, Velden en het dorp Venlo behoorden. Het gebied van Grubbenvorst is vanaf Gelders gebleven tot de Franse tijd, al was sinds 1543 de Duitse keizer, van 1555 tot 1713 de koning van Spanje en daarna tot 1794 de koning van Pruisen hertog van Gelder. Gedurende de tachtigjarige oorlog zijn de Noord-Limburgse Maasdorpen meestal Spaans gebleven. Wel is tussen 1572 en 1646 regelmatig en soms hevig in deze streken gevochten. Grubbenvorst was sinds de veldtocht van Frederik Hendrik in 1632 bezet door Hollandse troepen van de Republiek. Op 3 augustus 1635 werd Grubbenvorst overvallen door een keizerlijk regiment Kroaten. De inwoners waren naar de kerk gevlucht en hadden zich achter de kerkhofmuren verborgen. Voor de ligging hadden zij stro meegebracht. Dit staken de Kroaten in brand. Het aantal slachtoffers is onbekend. Kort daarna brak in de streek de pest uit, die alleen in Arcen 195 doden eiste. Het aantal in Grubbenvorst is onbekend, het begraafboek begint pas in 1639. Op de hoge Maasoever komen ook sporen voor van vroeg-Germaanse bewoning. Deze hoge Maasoever draagt de naam Reuvelt, een benaming, die vermoedelijk uit de Karolingische tijd stamt. Aannemelijk is dat in de loop van de 8e eeuw het christendom ook in Noord-Limburg doordringt. Bij opgravingen na de verwoesting in november 1944 van de parochiekerk bleek, dat deze omstreeks 1415 gebouwde kerk zeker zes voorgangers moet hebben gehad. Bij de wederopbouw in 1952 heeft men de herinnering aan deze vroegere kerken willen bewaren in de tegenwoordige crypte. De heer van Grubben was eerst beleend met de gehele heerlijkheid Vorst. Vermoedelijk uit geldgebrek deed hij in de 14e eeuw de halve heerlijkheid over aan zijn buurman, de heer van Baersdonck. In 1755 kocht de toenmalige heer van Grubben de markies van Hoensbroeck, de ridderhofstede Baersdonck met de andere helft van Vorst, zodat de heerlijkheid weer in één hand was.

WAPEN

Wapen Grubbenvorst
De oudste akte op naam van de schepenen uitgevaardigd, dateert van 7 september 1403, waarin zelfs al sprake is van "onsen gemeynen scependoms siegel". De oudst bekende afdruk van een zegel dateert echter van 16 augustus 1547. Het zegel zelf vertoont een gedeeld wapenschild (afgedrukt wordt het dan in spiegelbeeld): rechts een dwarsbalk gearceerd, in de bovenhoek een zespuntige ster, links onder een schuin geplaatste vis, in het schild-hoofd een verkort kruis gearceerd. Het betreft een gecombineerd wapen van respectievelijk de heren van Grubbenvorst uit het geslacht van Millen en het geslacht van Baersdonck. Omschrift: S(IGILLUM) SCABB(INORUM) DE GROBBENFORST

Gebroken Slot

Rond 1310 blijkt de kasteelheer Hendrik van Milne te zijn, die toen zijn kasteel als open huis aan de graaf van Gelre opdroeg. Dat betekende dat hij in moeilijke tijden de bescherming zou krijgen van deze machtige graaf. Als tegenprestatie zou hij dan voor de graaf van Gelre herendiensten moeten verrichten en de graaf zou altijd het recht hebben om zijn huis te betreden, vandaar de uitdrukking open huis. In de volgende eeuwen wordt Vorst verder tot een groter kasteel uitgebouwd. Het kasteel werd later Grubbenvorst, Gribbe of Grebbe genoemd. Voor de 2de wereldoorlog werd Grubbenvorst tweemaal verwoest. De eerste keer was dat in 1511 toen Schotse troepen in dienst van Maximiliaan van Oostenrijk het slot verwoestten. Het werd weer opgebouwd, maar in 1586 brachten de troepen van Parma het slot een definitieve klap toe, die tot zijn definitieve ondergang leidde. Er zijn nog wel plannen geweest om het kasteel Grubbenvorst te herbouwen, maar daar is niets van terecht gekomen. In de zeventiende eeuw werd in de directe nabijheid een nieuw huis gebouwd door de toenmalige eigenaren; dat huis is intussen een boerderij geworden.

MOTTEBURCHT

Het Gebroken Slot was gebouwd op een zogenaamde motte. Een motte is vermoedelijk deels een opgeworpen hoogte, waarop een eenvoudige versterking werd aangelegd. Bij het ontwerpen van die hoogte ontstond meestal een ringvormige gracht. Met de grond uit die gracht werd de heuvel dan opgehoogd. In het geval van Grubbenvorst, dat immers in een heuvelachtige strook langs de Maas ligt, heeft men kennelijk deels gebruik gemaakt van een bestaande heuvel. Daarop werd de eerste versterking gebouwd, die in de loop der tijd uitgroeide tot een kasteel. Die eerste aanleg dateert waarschijnlijk uit de dertiende eeuw. Toen werd het kasteeltje op de heuvel Vorst genoemd. Het kasteel zal gesticht zijn door de Heren van Grebbe. Daarmee is de naam Grubbenvorst eigenlijk wel verklaard, hoewel het ook zo kan zijn dat de Heren van Grubbe hun naam juist danken aan de aanleg van hun burcht, want grebbe, kan betekenen holle weg, gracht of sloot en vorst is de naam van een domeinbos.

HEERLIJKHEID GRIBBEN

Het kasteel Gribben behoorde oorspronkelijk toe aan de heren van Millen. Van 1237-1263 was ridder Goswinus van Millen heer van Gribben, zijn zoon Willem I volgde hem op van 1263-1299. Tussen 1299 en 1334 was weer diens zoon Willem II heer van Gribben. In 1311 droeg hij Gribben als leen op aan Reinoud I, graaf van Gelre. Sedertdien waren Gribben en Vorst lenen van Gelre. Willem II van Millen was getrouwd met Catharina van Boxtel, hun kinderen :

  1. Elisabeth van Millen, erfgename van Gribben, overleed in 1355. Zij was getrouwd met Frederik de Berg (s'Heerenberg), die in 1331 stierf. Hun zoon Willem de Berg kreeg Gribben in leen van graaf Reinoud van Gelre in 1357 en stierf in 1387 als heer van Gribben.
  2. Alida van Millen, overleed in 1354; zij was getrouwd met Frederik, heer van Wevelinghoven. Hun zoon Frederik van Weveling¬hoven wordt in 1389 heer en krijgt in 1394 het kasteel Gribben in leen van Gelre plus de halve heerlijkheid Vorst.

In die tijd was de heerlijkheid Gribben in tweeën gedeeld:

  • het kasteel Gribben met de helft van de heerlijkheid Vorst
  • het kasteel Baersdonck met de andere helft van de heerlijkheid Vorst.

GRIBBEN EN DE HALVE HEERLIJKHEID VORST

Zoals we hierboven zagen was Frederik van Wevelinghoven vanaf 1389 heer van Gribben. Het goed bleef tot 1473 in de familie wanneer Anne van Wevelinghoven trouwt met Henri van Gehmen, hun kinderen delen Gribben :

  1. Henri van Gehmen, trouwt met ene Bronckhorst. Het gedeelde Gribben gaat naar dochter Cordua die trouwt met graaf Jan van Holstein-Schauenburg. Daarna naar zoon graaf Judocus van Holstein-schauenburg, die trouwt met gravin Maria van Nassau. Deze verkopen hun deel op 26.12.1515 aan Reinier bastaard van Gelre en Alida Schenck van Nydeggen, die reeds heer en vrouwe van Arcen waren.
  2. Brechta van Gehmen trouwt met graaf Arnold II van Bentheim, de heer van Steinfurt, die in 1466 overlijdt. Hun zoon Eberwin III van Bentheim en Steinfurt volgt op en draagt in 1498 over aan graaf Arnold III van Bentheim en Steinfurt. Tussen 1522 en 1528 verkoopt ook hij aan de weduwe van Reiner bastaard van Gelre, Alida Schenck van Nydeggen.

Toen in 1511 Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes der Nederlanden, het land van Gelre met geweld in bezit nam voor Karel, zoon van Philips den Schoone, werd het kasteel Gribben door schotse hulptroepen veroverd. In 1586 werd het op bevel van Parma ingenomen. De totale verwoesting gebeurde waarschijnlijk tijdens de 80-jarige oorlog, in het begin van de 17de eeuw. Reiner, de bastaard van Gelre, overlijdt in 1522 en z'n vrouw hertrouwt na 1528 met Thierry van der Lip gen.Hoen. Alida Schenck van Nydeggen had twee zoons : Valenus van Gelre uit het eerste huwelijk en Jasper van der Lip gen.Hoen uit het tweede huwelijk. In 1560 erven zij het kasteel Gribben en de halve heerlijkheid Vorst van hun moeder.

Gribben blijft in het bezit van de familie van der Lip gen.Hoen. Tussen 1608 en 1620 is Rolman van der Lip heer van Gribben, hij overlijdt in 1620. Z'n zus Alida volgt hem op, zij was in 1590 getrouwd met Christophorus Schenck van Nydeggen (+1624). Theodorus Schenck van Nydeggen, heer van Blijenbeeck en Grubbenvorst overlijdt in Grubbenvorst op 5 augustus 1661. Margaretha van der Lip gen.Hoen wordt in een akte van 19 september 1638 van het klooster Annunciaten uit Venlo genoemd als vrouwe van Grubbenvorst ?
Gebroken Slot

Gribben en de halve heerlijkheid Vorst bleef onder de familie Schenck van Nydeggen tot het overlijden van Arnoldus in 1709. Zijn vrouw gravin Marie Catherine van Hoensbroeck droeg Gribben en de helft van de heerlijkheid Vorst na haar dood in 1736 over aan haar neef Frans Arnold, graaf en markies van Hoensbroeck. De Hoensbroecks blijven heren gedurende de gehele 18de eeuw. Van het kasteel zijn slechts ruïnes overgebleven en het wordt in de volksmond Gebroken Slot genoemd.

BAERSDONCK EN DE HALVE HEERLIJKHEID VORST

Vermoedelijk uit geld gebrek deed de heer van Grubben in de 14e eeuw de halve heerlijkheid over aan zijn buurman, de heer van Baersdonck. Barz van Baersdonck, heer van het kasteel Baersdonck en de helft van de heerlijkheid Vorst, droeg 11 januari 1394 over aan Gerard van Baersdonck. Z'n dochter Aleidis, getrouwd met Willem Brantz van Bree (Brede), volgde op in 1401. Zij wordt vermeld als weduwe in 1426, trouwt opnieuw met Jan van Brempt, en draagt het vruchtgebruik over aan haar man. Na de dood van Jan van Brempt vindt een drie-deling plaats :

  1. Herman van Delft als erfgenaam (1460) van z'n tante Aleidis van moederszijde. Udo van Delft,zoon van Herman, volgt op 1462-1473. Daarna loopt dit spoor dood en gaat het deel over aan een van de mede-heren.
  2. Cornelia van Merwick erfde een deel (1462) en van 1515-1529 was Jasper van Merwick, kleinzoon van Cornelia, mede-heer van Baersdonck. In 1529 droeg deze zijn aandeel over aan Otto van Wylick, waardoor deze de enige heer van Baersdonck werd.
  3. In 1460 verwierf Godart van Wylick als derde en laatste een deel van Baersdonck. Zijn afstammeling Otto van Wylick kreeg van het hof van Gelre op 27 mei 1529 het complete goed in leen, het kasteel Baersdonck en de halve heerlijkheid Vorst.

De familie van Wylick bleven heren op Baersdonck tot 1755, wanneer de erfgenamen van Louisa van Wylick, baronesse van Quadt-Wyckradt, het goed verkopen aan Frans Arnold, graaf en markies van Hoensbroeck. Gedurende de rest van de 18de eeuw was de herenigde complete heerlijkheid Vorst in handen van de familie van Hoensbroeck, die eveneens heren van Gribben en Baersdonck waren. In 1724 had de koning van Pruissen, hertog van Gelre, de ridderlijke status van het kasteel Baersdonck bevestigd. Kinderen van Frans Arnold waren :

  1. Karel Frederik Hendrik (1767-1841)
  2. Frederik Christoffel Karel(1772-1841)

t'CLEYN=HAMBROECK

  • Dierick van Haeren, pastoor in 1517 van Grubbenvorst, stamde van het adellijke goed "ingen HAM".
  • Floris van Thoor werd 21.08.1646 met Cleyn=Hambroeck beleend. Hij was 03.02.1639 in Venlo getrouwd met Apollonia Valckenborgh, geboren 05.04.1616 als dochter van Peter Valckenborgh en Mechtildis Frenck.
  • de helft van t'Cleyn=Hambroeck behoorde in 1650 toe aan de echtelieden Jacob Arnoldts en Beelke Pullen (eigenaars in 1669 van de Gruysdunck, hadden 'n dochter Anna).
  • Op 23 juli 1644 kreeg Lambert van Keverberg van vrouw Margaretha van der Lippe genaamd Hoen vergunning om de hoeve Luttelvorst te Velden, leenroerig van het huis Grubben te Grubbenvorst, te mogen belasten met 1819 gulden. Op 21 aug. 1646 beleende hij als leenheer, Floris van Thoor, echtgenoot van Apollonia Valckenborch, uit Venlo, met de hoeve 't Cleyn Hambroeck te Grubbenvorst, na de dood van diens schoonvader Peter Valckenborch. Ook bezat Lambert van Keverberg o.a. bovengenoemde hoeve Luttelvorst, met de tiende en de visserij aldaar, de laatbank te Horst, een gedeelte van het veer te Venlo en de pachten in de stad en de begeving van het bode-ambt aldaar.

't HEESKEN

Familie van Haeren
  • In 1574 verkoopt Gerrit van Schelbergen met toestemming van zijn kinderen Thijs, Peter en Merrie, gehuwd met Peter in 't Wolt, de hof genaamd Heesgen te Grubbenvorst aan het echtpaar Dierick Willemszn. van Haeren, leenman van het huis Gribben, en Elisabeth van Greefraedt (getr. Venlo 28.12.1565).
  • Uit hun erfenis wordt de hof toebedeeld aan hun dochter Johanna van Haeren, die met Elbert Spee gehuwd is, die deze hof in 1599 voor 2.800 gulden Brabants overdroegen aan Jacobus Frenck of Frijnck en diens vrouw Agnes van Beringen. - Wat is hier fout: UITZOEKEN!!
  • Bij hun erfdeling in 1618 wordt de hof Heesgen toegewezen aan een van hun vijf dochters, Catharina Spee, die gehuwd is met Jan Vermaesen. Hun beide dochters Anna en Maria Vermaesen uit Venlo, nonnen, schenken de boerderij in 1638 aan het klooster Trans Cedron in Venlo, samen met de helft van een hof genaamd Klein Hambroeck die eveneens in Grubbenvorst ligt.
  • Deze hoeve, waarvan de andere helft in 1650 eigendom is van Jacob Arnold en Beelke Putten, is 29 morgen groot en leenroerig aan de jonker van Keverberg. Bron: 'Een Venlose beurzenstichter en zijn familie'

de BISWEIDE

Leengoed van de heer van Barsdonck.

  • 16de eeuw familie Verberckt, sekretaris Joannes Verberckt (+05.07.1652) en z'n vrouw Odilia Smits.
  • 1ste helft 17de eeuw familie van Lovendael; (1615) Johan van Lovendael, getrouwd met Maria Backhuise, was rentmeester van Johan Christoffel van Wijlick.
  • 2de helft 17de eeuw schepen Joannes Rutten (uit Bergen), getrouwd met Cordula Verberckt.
  • Vicaris Mathijs Eyckelboom vertegenwoordigt de zusters Maricollen (of Marollen) bij de aankoop in 1708.

LOVENDAEL

(ligt achter de Bisweide)

  • leengoed van het slot Gribben
  • in 1615 was Jan van Lovendael de bezitter
  • in 1708 verkoopt Henri Rutten het aan de zusters Maricollen

IN GEN STEGEN

Het oorspronkelijke huis dateert uit de 16e eeuw. Het huidige huis werd rond 1750 door een lid van de familie Rhoe van Obsinnich gebouwd op de plaats van het oudere huis. De bijgebouwen zijn rond 1800 opgetrokken.

  • leengoed van het huis Gribben
  • jonker Johan van Dript (+1513), heer van Stege, getr. met Agneze van Zandwick, hun zoon:
  • Diederick van Dript (+ vóór 1550), getr. met Marguerite de Boxmeer (+na 1550), hun zoon:
  • Diederick van Dript, getr. met Cornelia van Erp, heer van Stege in 1573, hun dochter:
  • Agnes, erfgename en dame van Stege, trouwt in 1568 met Caspar van Keverberg, hun zoon:
  • jonker Hans Everard van Keverberg, heer van Stege, getrouwd met Catharina van Cruchten; "admis de ce chef à l'Etat noble de Gueldre" in 1607; overleden in 1611, hun zoon:
  • Lambert van Keverberg, heer van Stege, trouwt 19.02.1628 met Elisabeth de Pollart van Exaten. Lambert overlijdt te Haelen op 29.10.1664, z'n vrouw eveneens in Haelen 18.08.1652. Hun dochter:
  • Catharina de Keverberg, erfgename van de Stege, geboren te Haelen 21.02.1631, overleden vóór 1667. Zij trouwt in 1657 met Johan Frederik de Rhoe d'Obsinnich, heer van Elmpt, zoon van Edmond en Maria van Merode-Houffalize. Na de dood van Catharina hertrouwt hij met Anna Walburgis van Berenzouw op 14.05.1668.
  • Edmond Frans de Rhoe d'Obsinnich, geboren te Haelen 07.05.1658, trouwt met Anna Christina de Kettelers. Hij is heer van Stege en 23 mei 1700 "admis comme tel, à l'Etat noble de Gueldre superieure"; hij overlijdt in 1743.

kapel St.Jan

In een bos op de hoek van de St. Jansweg en de weg naar de Zaar ligt de devotiekapel van St. Jan uit 1959. Hier vlak achter is in 1989 de plek teruggevonden waar de St. Janskapel uit de 15e eeuw (75m² groot) lag. In de aangelegde bestrating is de omtrek van deze oude kapel aangegeven. Een groot kruis en het gemeentewapen voltooien het geheel. De oorspronkelijke St. Janskapel is vermoedelijk rond 1430 op 'Santvoort', zo'n drie kilometer ten zuiden van Grubbenvorst, gesticht. Santvoort was een zandpad dat door de heide en langs of over de gelijknamige plaats liep en dat vervolgens over het stroompje de Mierbeek richting Maasbree leidde. De benaming 'Santvoort' voor de betreffende locatie is verdwenen en vervangen door 'St. Jan' ('St. Jan in de heide'; 'in Erica'). De zandweg, later St. Jansweg genaamd, leidde naar de kapel.

Lees Historie St.Janskapel

Pastoors in Grubbenvorst

lijst is onder constructie . . . . . .

  • xxxx - 1517 Dierick van Haeren, stamde van het adellijke goed "ingen HAM".
  • 1608 - 1613 Peter Verberckt alias Betulanum (aartspriester van Kessel); betula = berk
  • 1623 - 1637 Peter Vergers (Vervelgert)
  • 1638 - 1674 Joannes Nobelmans
  • 1674 - 1682 Franciscus Fabri
  • 1683 - 1719 Petrus van Neer
  • 1720 - 1722 Bernardus Josephus Portmans. Vertrekt naar Lottum, (+13.05.1752) Deken en Pastoor in Lottum.
  • 1722 - 1749 Arnoldus Poorten (+01.08.1749)
  • 1750 - 1785 Hermanus Coulen (+20.05.1785)
  • 1785 - 1809 Gerardus Hermannus van Soest (*02.09.1751 - +12.06.1809)
  • 1809 - 1820 Wilhelmus Gijsen (*Horst 1757 - +Grubbenvorst 1825); zoon van Hubertus Gijsen en Dorothea Verheijen.
  • 1826 - 1860 Jan Jenniskens (+07.01.1862 -76jr)
  • 1860 - 1875 Gerardus Nabben (+13.05.1875 -73jr)
  • 1886 - 1887 Theodorus Verheggen (+25.05.1888 -61jr)
  • 1889 - 1897 Gerard Lemmens (+07.05.1902 Venray)
  • 1897 - 1902 Hypolitus Engelbertus Josephus Hubertus van Haeff. Vertrekt naar Blerick, +1923, 69 jaar oud.
  • 1913 - 1919 Petrus van Rijswijck. Vertrekt naar Maasniel (1919-1935).
  • 1919 - 1939 Henricus Petrus Hubertus Smeets (Posterholt 1869 - Grubbenvorst 1939)
  • 1939 - 1945 Henri Vullings (Verzetsstrijder )
  • 1945 - 1953 Joannes Theodorus Zegers, geboren op 28.11.1889 te Lottum, overleden op 15.05.1955 te Heel (Huize St.Anna) op 65-jarige leeftijd, begraven op 18.05.1955 te Grubbenvorst. Priester gewijd 1916, kapelaan te Blitterswijk, Bergen en Linne. Pastoor te Asenray, Obbicht, en (bouwpastoor) Grubbenvorst.
  • 1953 - 1956 Augustinus Leonardus Mathias Hubertus Tijssen (*1902 Wessem, +1972 Weert). Emeritus deken van Thorn.
  • 1956 - 1964 Ludovicus Hendrikus Augustus Hoefnagels, (*1894 Griendtsveen, +1972 Venlo). Priester gewijd 1921, kapelaan te Beegden en Baarlo, bouwde nieuwe kerk te Millsbeek en in Wanssum, pastoor te Grubbenvorst, 1964 emeritus te Deurne.