Herberg onder den Eyckelboom

Uit TitVen
Ga naar: navigatie, zoeken
Eyckelboom.png

Herberg onder den Eyckelboom (1610-1676)

De witte dame van het gebroken slot
Er was eens een jonge edelman, die uit zijn land moest vluchten, en uiteindelijk onderdak vond in herberg “onder de Eyckelboom” in Grubbenvorst. De jonge edelman werd verliefd op de dochter van de kastelein, een beeldschoon meisje. Overal zag men hen samen in het dorp, ze zwoeren elkaar eeuwige trouw. Op zekere nacht, toen de jonge edelman de slaap niet kon vatten, besloot hij een wandeling te gaan maken langs de Maas. Hij kwam bij het Gebroken Slot, en stond daar even te dromen over zijn geliefde. Plotseling hoorde hij een stem vanuit een bootje. Het was de stem van het meisje dat hij had uitverkoren die tegen iemand zei: `Meen niet dat mijn hart aan deze vreemdeling toebehoort. Je weet dat ik slechts jou bemin.' De jonge ridder snelde naar haar toe, maar werd door haar minnaar vermoord. Stervend riep hij haar nog toe: `Wee, drievoudig wee! Gij zult geen rust meer vinden op deze aarde en ook nog na je dood zul je altijd aan deze ruïne gekluisterd blijven.'
Het ontrouwe meisje stierf drie dagen later aan hevige koortsen. Vanaf die tijd dwaalt zij rond op het Gebroken Slot, wenend om haar ontrouw.
In het RHCL te Maastricht trof ik onder inventarisnummer 3451 van het archief van Grubbenvorst zomaar een brief, die de aandacht trok. De schrijver is onbekend (zoon van Anna ingen Eckelbom) maar voor mij is dit het eerste archiefstuk in een globaal onderzoek naar de herberg, brouwerij en kuiperij Onder den Eyckelboom nabij de kerk van Grubbenvorst gelegen. Het handschrift is eind 16de, begin 17de eeuws:
"ons oom Deryck Peters was ons moders Anna ingen Eckelbom rechters neef van twee gesusters oom Deryck vader Peter genant hade een voorvrou dat af was Poules dese Peter den halfman van Sunterclas vader een voorsoon af dat Deryck Peters een na kint is sijn moder heef geheyten Lysbet dat was Anna ingen Eckelbom moders suster dese na gelate gode die hij heeft geerft van sijn moder wege moete die niet weder om slaen inde bosom dae van sij van daregecome sijn ende oik gecoft heeft moeten die niet hebbe twee seijde sijn vader voorkinde ende bestaen die naevrou vijndt niet het doet bleik dat oom Deryck ende ons moder Anna gode nefes een gelege sijn als bleik doet dat Jan benne van ons helft een bant gecoft heeft die 3 morge groot was die oom Deryck helft van dese bant heeft clen Jan dae ict cannen verstaen dat dese goede ut oom Deryck Peters ....... gecome sijn ende niet van sijn vader wede sij vader gode sijn geslage na de voorkinde soo dat oom Deryck sijn moder goet aen hem getrocken dat oom Deryck half broder Poules kinde niet conne come daerin die nae vrou die had niet en bestaet oom Deryck vader ende moder sijn vroeg gestorven dat ons bestevader Nylys ingen Eckelbom ende ons bestemoder Helleken oom Deryck na had gename hebbe hem late leren lese ende schriven ende oik op het schers hantwerck gehalde als hij goit was hem bij een brouer gedaen alle letecken dat hij die vrou troude als den man doot was met name Enken van Afdert sijn erste vrou dat hij not bij sijn vader vrijnde gewont heeft ons moder Anna ingen Eckelbom ende ons oom Deryck die helle tog veel van mallecan als suster ende dat oom Deryck anders niet en helde ons bestevader als het waere sijn vader" (RHCL-Grubbenvorst inv.nr.3451)

Aan genealogische gegevens halen we er niet veel uit, echter wel twee "flarden" ingen Eckelbom:

I. Onbekende ouders hadden twee dochters:
IIa. Helleken, getrouwd met Nylys ingen Eckelbom
a. Anna ingen Eckelbom en NN (ouders briefschrijver)
IIb. Lysbet, getrouwd met Petrus NN (beide jong overleden); Petrus had uit een eerder huwelijk een zoon Poules
a. Derick Peters; groeide op bij IIa., leerde daar het brouwersvak, trouwde later de vrouw van zijn baas Enken van Afdert.

Henricus Cuypers

Tafereel herberg 17e eeuw
Tussen de jaren 1635 en 1647 gaan we kijken naar een bewoner van ONDER DEN EYCKELBOOM waar verschrikkelijk veel van te vinden is in de archieven: HENRICUS CUYPERS, alias in den Eickelboom; omstreeks 1610 in Blitterswijk geboren; Meester (magister), Kerk-en Armenmeester; ovl.01.02.1676 (rode loop). Getrouwd ca.1635 met Sibilla Mercksels, ovl.02.02.1676 (rode loop), hun kinderen:
  1. Emoendt, genoemd in 1635
  2. Magdalena, geb.07.09.1640
  3. Thomas, geb.08.07.1642; tr.met Maria Kemerlingh
  4. Elisabeth, geb.30.01.1644
  5. Theodorus, geb.21.12.1645; tr.met Wilhelma NN
  6. Gerardus, geb.19.11.1647
  7. Christina, geb.16.01.1650
  8. Arnoldus, geb.11.07.1652; tr.met Joanna Elias

Henricus Cuypers en Sibilla Mercksels overlijden als een van de eerste slachtoffers van de "rode loop" oftewel dysenterie die 1676 tot een rampjaar voor de gehele streek maakte (30 doden alleen al in Grubbenvorst). We zullen aan de hand van een steek-proef uit het vele materiaal Henricus leren kennen als goede boekhouder, herbergier, brouwer, schepen, handelaar en geschied-schrijver zoals blijkt uit onderstaande interessante stukken.

  • 1635: Het meten van zijn grondgebied

"Het huis met de hof ONDER DEN EYCKELBOOM genaamd met de gezworene Lammertz gemeten, het is groot 2 veerdel 2 rooi. Ook heb ik een stuk land naast onderlangs het land van de heren van Barsdonck, aan de andere zijde langs Hendrick Coopmans, over de kerkweg schietende bij Artt Varren, het stuk is groot 3 veerdel 2 rooi. Hieraan is behand Hendrick Cuiper en mijn zoon Emoentt Cuiper en in lijfgewin aan Derrick Duiff uit Maaseik. Ook heb ik een hofje "moenen hoeffken" genaamd naast Varrender huis dat 8 rooi groot is. Alles samen 1 morgen en een halve ........" (RHCL inv.nr.3437)

  • 1635: De Grubbenvorster kerk brandt af

"Anno 1635 op 3 augustus brandt de hele kerk van Grubbenvorst af met alles wat goed is, alle misgewaden, zilveren kelken, zilveren siborium, de zolders vol met koren en de klokken zijn gesmolten. De vlammen zijn overgeslagen naar de school en twee huizen zodat de totale schade niet te schatten is. De schade is gedaan door de kroaten oftewel het keizers volk die met het leger naar SCHENCK SCHANS trokken, welke in het voorschreven jaar ook met een aanslag van de overste Enholt is genomen." (RHCL inv.nr.3437) Pastoor op dat moment was Petrus Vervelgert alias Vergers, de kroatische troepen stonden onder leiding van Ottavio Piccolomini.

  • 1636: Oorlogsgeweld

tussen Staatsen en Spaansen rondom Venlo en Arcen laten de herberg Onder den Eyckelboom niet ongemoeid:

  • een trommelslaander en 2 gevangenen hebben verteerd - 24 p
  • een partij met gevangenen zijn geweest en verteerd - 15 p
  • een trommelslaander hier de nacht doorgebracht,verteerd - 9 p
  • de dienaar van de heer van der Hoest s'nachts hier geweest met een bok, s'avonds gegeten en 6 kannen bier gedronken, s'morgens weer ontbeten en 2 kannen bier gedronken en de bok heeft bijna een half brood gegeten - 1 gl
  • 4 gevangenen van Venlo hier eten moeten geven en ieder een kan bier verteerd, aan kost en bier - 23 p
  • 6 maart heeft een ritmeesters-vrouw van Weert hier de nacht doorgebracht; haar eten en drinken moeten geven - 8 p
  • eveneens in maart 12 gevangenen uit Kreckenbeck met "camuiss eijn paar ozzen" aldaar gekomen, een deel is s'avonds naar Jacob Renkens gegaan en acht heeft hij gehouden en eten moeten geven. Het gezelschap dronk met de schepenen 18 "fanen" bier, s'morgens wilden ze niet vertrekken zonder drie schellingen brandewijn en ontbijt. "grotten spiett daer van gheleden in alles vertert" - 7 gl
  • 1637: Z'n vader wordt ziek

en Henricus Cuipers laat de dienstmaagd geregeld boekweit, bier, gerts en geld brengen naar Blitterswijk, waar z'n vader woont. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Henricus diverse biggen (baeggen) in Blitterswijk weet te ontfutselen. Met "froulicht daegh" (2 februari) in 1638 is z'n vader nog steeds ziek ...!!

  • 1642: Een schulden-vereffening
Bierbrouwer 17e eeuw
met de heerlijkheid Grubbenvorst laat Henricus Cuipers op 28 januari door Theodorus Verberckt in zijn boeken inschrijven:
  • tegoed van 5 oktober - 28 januari 200 gld ½ st
  • het verteer over dat tijdvak door o.a. tamboers en gevangenen 246 gld 1 st 2 ort
  • verteer geërfden, gerichtspersonen etc. 86 gld 18 st 2 ort
TOTAAL 623 gld ½ st
  • ontvangen van de schatheffer en "leeghe Erven" 368 gld 13 st 2 duiten
BLIJFT 254 gld 6 st 7 duiten
  • 1643: Hoge waterstand van de Maas

Heel grappig beschrijft Henricus " anno 1643 op S.Antonij daegh waess die Maess so groodt daetse over den cruiss wegh stoont tegen Renszen Kaemp ongeveer anderhalfft rooij wiedt ende tegen den hoeck van onss huiss ende weel vier foodt hoogh opt coor van ons kerck so daetter veel kiesten om gedreven waerren daer twe op eijn stondt waer die boovest seer nae onder so datter veel schaeij geschiedt waess ende ock dat huiss opgen maess om gedreven so daetter maess op ende mir groette elendt en schaeij geschiedt waess"

  • 1643: De handelaar komt boven

als hij op 6 november twee karren met brandhout koopt dat de soldaten bij "Hennekens graeff" hebben vergaard. Omdat de karren niet vol zijn betaalt hij per kar ten hoogste 3 schellingen. Even verder lezen we dat de gemeente hem ongeveer 100 schansen heeft geleverd die al sinds jaar en dag op Hennekens goed gelegen hadden, die verrot waren en waaruit de beste knuppels verdwenen waren. Hij is niet meer bereid dan 3 gulden hiervoor te betalen.

  • 1646: Neef Emondt Merckelbach

schrijft een schuldbekentenis in het logboek van Henricus Cuypers: "Op huyden den 22 Julij 1646 hebbe ick Emondt Merckelbach met mijner oom Hendrick Cuyper van alles affgereckendt van tgene dat hij van mijnent weger heeft ontfangen is oyck wider vuytgegeven, is mede oyck inbegrepen tgene ick mijner oom int slot van sijner voorgaende reckeninge schuldich ben bleven, en besonder in slot van reckeninge dat ick mijner oom schuldich ben bleven de somme van tweendartich gulden, daeraen affgetrocken soe om bij naegescheydt is aengedeylt acht gulden soe blyve ick mijner voorss oom schuldich de somme van vierentwintich gulden venloes gelt, aldus gedaen ten huyse van mijnen oom Hendrick voorss ter presentie van mijnen oom Peter van Lovendael en mijnen oom This van Lovendael."
Hiermee beëindigen we een greep uit inventarisnummer 3437 van het archief Grubbenvorst in het Rijks-Archief-Limburg.

  • 1648: Hendrick Cuypers als schepen

Op een officieel stuk van 24 januari 1648 (RHCL Grubbenvorst inv.nr.3424): Wij Hendrick Cuiper Jan op dije Maess voortz wij amptlick schepen der herlikheitt Grebbevorst adtestieren voor dije rechte waerheitt doot 't versuik vanden edelen erentfesten Joncker Wielhm van Merwieck hoe daet van als gebruickelik is gewest van lieffgewinss erfft thijns erfft paegs guederen toe wynnen ende toe werffen aen ... gewienss herren so ist daett wij voorss schepens anders geen kenniss offte bewoest en is als wanner eijn lieffgewinss goodt hijer vercooght is daett die coopers anden lieffgewinss heir moodt betallen ten hooghsten van hondert guldens tijn gulden ende wanner meen eijn handt wiel toe boeck laetten setten wiennen die mitt eijnen gooldt gulden den morgen ten hooghsten vaer behalden daett schriefft goltende erfft paeghs guederen wint men mitt dobbelen paeght ende erfft tins guederen wint men mitt doobbelen tijnss gelick van als hijer gebruickelick is gewest voer behalden hett schriefft geltt diett alles soonder argeliest ende also 't goedrelick is getuigniess der waerheitt toe gegeven so hebben wij voorss schepen onsen schependoems sijegel hijer onder op spacijum doon druicken den 24 Januarij 1648.

Mathias van Lovendael alias in den Eyckelboom

Mathias Eyckelboom alias van Lovendael, 1665
Ergens tussen 1648 en 1655 verlaat Henricus Cuypers het huis onder den Eyckelboom, we komen hem in die jaren nog wel tegen als schepen en sekretaris van Grubbenvorst. Deze laatste funktie vervult z'n zoon Arnoldus van 1678 - 1703.

In den Eyckelboom woont in 1655 Mathias van Lovendael, een verre verwant van Henricus Cuypers want beide waren ze immers ooms van Emondt Merckelbach !! Mathias van Lovendael was getrouwd met Mercken Verboeckhorst uit Blerick, die na 13 dagen ziekte op 20 december 1669 overlijdt. Pastoor vermeldt kinderloos en onvruchtbaar !! Mathias had nog twee broers en waarschijnlijk een zus:

  • Petrus van Lovendael, pachter aen ghen Eijndt, getrouwd met Maria Boeckhorst.
  • Adolph van Lovendael, pachter op Soest en op Groodt=Ray,getrouwd met Maria Melers.
  • (zus), die waarschijnlijk getrouwd was met ene Merckelbach.

Matthiae van Lovendaell maakt ruim een maand voor zijn overlijden zijn “uijttersten wille” op, voor de scholtis Theodorus Verberckt en de schepenen Gisbert Vervoert en Reijner op Kleijnraij. Dat gebeurt op 17 oktober 1680, op 29 november 1680 overlijdt Matthias. Hieronder de belangrijkste passages:

  • de kerk krijgt 120 gulden, waar 25 missen voor moeten worden opgedragen;
  • de schoolmeester en de school ontvangen 50 gulden, maar moeten daarvoor wel op zijn graf bidden;
  • Gertien, Agnes, Jenneken, Theuwes, de oudste vier kinderen van Judith inden Eyckelboom en wijlen Willem Grubben krijgen 25 gulden en Merrij en Christoffel, de twee jongsten, krijgen elk 50 gulden.
  • Judith inden Eyckelboom krijgt naast zijn bed, beddelakens en servetten ook nog: “het huys ende hooff genoemd onder den Eyckelboom, ende den hooff ende weijde genoemd Mollen Hoff aenschietende aenden hooff van den Eyckelboom, ende weijde gelegen achter de parochiale kercke alhier”. Ze moet daar wel 107 gulden “venlosche werunge” voor betalen, een behoorlijk stuk minder dan de beoogde 700 gulden bij hun trouwen.
  • Matthias scheldt ongeveer 500 gulden kwijt aan de kinderen van de overleden Peeter ende Merrij aengen Eindt.
  • verder laat hij vastleggen dat ”naer afflijvigheijtt van hem eene solemneele uijtvaertt ende maltijdt sal gehouden woorden”.
  • Quod attestor (hetgeen ik getuig) secretaris A:Cuijpers; pastoor Franciscus Fabri, en amptman Marten Schenck als Executores (uitvoerenden).

Judith in den Eyckelboom

Op 24 juli 1665 regelt Theis onder den Eyckelboom, dit is Mathias van Lovendael, zijn oude-dag-voorziening door Willem op Grubben samen met zijn aanstaande vrouw, en nichtje van Mathias, Judith Kessel bij zich te laten introuwen en hen de Eyckelboom toe te wijzen. Voorwaarde is dat zij na de dood van de laatstlevende 700 Venlose guldens betalen aan de erfgenamen en 10 rijksdaalders aan Geerdtgen,de 3e dochter van Peter aengen Eindt (van Lovendael). Wie is deze Judith Kessel ? Zij is geboren te Blerick op 8 juli 1642 als dochter van Godefridus Beurskens uit Kessel en Elisabeth Verboeckhorst, de oudere zus van Mercken Verboeckhorst, de vrouw van Mathias. Voordat Judith op 4 augustus 1665 trouwt met Wilhelmus op Grubben (de sekretaris) worden eerst wat zaken geregeld met haar oom en tante, zoals we kunnen lezen in RHCL Grubbenvorst inv.nr.3449. Een korte passage hieruit:

Daertegens des voorss Thies onder den Eickelboom ende Mercken sijne huijsvrouwe als oem en muen der toecoemende bruijdt tot insgelijcks stuijr ende onderhoudt der houwelick hebben versproecken ende beloefft, versproecken, ende beloeven crafft dieses, dat die toekoemende ehelueden bij haer sullen intrecken ende woenen, ende dat naer doodt vanden leestlevenden vande voorss: ohm ende muen haer huijs onder den Eickelboom, mitten brouwgetouwe, soo van ketelbuije als anderssints, schuijre moeshoft metten aengecochten hoff aende kercke vulgo Molshoff vernoempt ...... etc.

Bij het overlijden van oom Matthias in 1680 gaat de Eyckelboom over aan Judith, zij hertrouwt 02.02.1682 met schoolmeester Joannes Merrett (alias Smits, aen den Merckt)en ze krijgen nog drie kinderen samen: Wilhelmus (*1682), Gertrudis (*1685) en Elisabeth (*1687).

Priester Mathias Eyckelboom en zijn zusters

Transportakte van de Bisweide van 30 december 1708
Matthias (Theuwes) Eyckelboom, geb.01.02.1671 als zoon van Willem Grubben en Judith Kessel, ovl.09.02.1746, 75 jaar oud. Mathias Eyckelboom was priester en vicaris van het St.Catharina-altaar in de kerk van Grubbenvorst. Meestal was deze vicaris tegelijk rector van de St.Janskapel in de heide. Toen in 1701 de plaatselijke school bij gebrek aan geld voor het salaris van een onderwijzer dreigde “te gronde te gaen en de kinderen onervaeren (zouden) blijven” werd vicaris M.Eyckelboom tot schoolmeester aangesteld voor 25 gulden ’s jaars. Wel onder conditie “van alle jaeren sulcx te moegen herroepen”. Immers het geven van onderwijs was in die tijd in de eerste plaats een taak van de kerk. Op 17 oktober 1708 werden “huijs, hoff, schuijr ende boomgaerden soo ende ghelijck ’t selve alhier onder Gribbenvorst in sijne graeften gelegen is, daerenboven den grooten boomgaert buijten de poort” gekocht voor 200 patticons en 125 gulden of ongeveer 745 gulden cleefs door tussenkomst van Mathias Eyckelboom. Dit blijkt ook uit de transportakte, de zakelijke levering van het onroerend goed op 30 december 1708 na betaling van de koopsom en de vereffening als leengoed door Mathias Eyckelboom namens de Vergadering van geestelijke dochters. De zusters waren als vrouwen handelingsonbekwaam in die tijd en moesten door een mannelijke momboir vertegenwoordigd worden. Evenmin konden zij de Bisweide als leengoed bij de heer verheffen, ook dit moest gebeuren door een volwassen man.

In 1715 overlijdt Judith Eyckelboom, in 1735 wonen in het huis de eerwaarde Mathias Eyckelboom met zijn zusters, de kinderen uit het eerste huwelijk. Zoals uit onderstaand testament zal blijken gaat de Eyckelboom over naar de kinderen van Gertrudis Smits, getrouwd (1e) met Gerardus Coulen (ovl.1722) en (2e) met Jan Switten.

Mathias Eyckelboom maakt 22 jaar voor zijn overlijden, 08.10.1724 zijn testament op, en tekent met M:Eijckelboom, vicarius van Stae.Catharinae. Er is (totnogtoe) niet veel gevonden van de eerwaarde heer Eyckelboom, dus als eerbetoon zijn gehele testament:

In den naeme van d’Alderheijlichste Drijvuldigheijdt Amen. Vermits niet sekerder en is als de doodt ende niet onsekerder als d’ure der selve, soo beveele mijne ziele aen Godt den Heere, ende mijn lichaem aen de gewijde aerde, en ordonneere van mijne tijdelijck goederen op volgende maniere, volgens consent daer toe hebbende van sijne Hooghw: onsen tegenwoordighen Bisschop de dato den 20 8bris 1724.
Ten eersten legatiere twee ponden vlaems aent seminari onses Bisdombs.
Ten tweede soe laete mijne patrimoniale goederen |:hercoemende van onse ouders aen mijne susters tot de langhslevende toe, om sulcks in noodt alle te konnen verteeren, maar in cas sij die niet alle noodigh hadden, soo is mijnen uijttersten wille, ende versoeck het oock van die lest levende, dat onsen Bander dries off weijde gelegen in Grubbender dries beneven Engder dries.Item het landt in ’t nedervelt boven Grubbender weert tusschen pastorijen en Hambroecker landt gelegen. Item eenen halven morgen landt op ’t middelroevelt gelegen beneffens Faessen landt alles lheenroerigh aen den Adelijcken Huijse Baersdonck. Item de Salderbeck, dat die voors: parceelen aen onse kerck sullen koemen ende verblijven, naer doodt van ons leestlevende suster mit laest, dat de kerck alle jaere een anniversarium sal laeten doen voor onse ouders, ende voor laeffenisse onser zielen.
Ten derden soo is mijnen uijttersten wille, dat naer doodt van mij |: het welck oock versoeke van mijne susters :| dat ons huijs|:genoemt inden Eijckelboom:| mit scheure en stallinge, hoff, bongaert ende het aengecoochte van Henskens. Item alle weijlandt en ackerlandt onder dese heerlijckheijdt gelegen. Item het ackerlandt tot Blerijck ende mobilien sal koemen aen de voorkinderen van onse halve suster Gertrudis, verworven bij haeren eersten eheman Geradus Coulen sal: doch in cas haeren tweeden man Jan Janssen de voorkinderen wil laten deijlen in alle haere gereede goederen, dan sullen de naerkinderen oock lottsgewijs deelen in onse naergelaeten goederen soo gereede als ongereede.
Ten vierde maeke de groote legende aen onse halven broeder om die te gebruick voor sijn leven, maer naer doodt van hem aen sijn susters kinder en voorder recommandeire aen mijne susters, dat sij op eene Christelijcke manier mit hem in prijs sullen leven.
Ten vijfden soo maeke alle mijne latijnsche en franse boecken aen mijn heer neeff H:Coulen, als oock mijn horlogie om sijnen tijdt welinacht te nemen, raekende mijne kleedere ende lijnwaet, als dagelijcks gebruijcke dat sal mijn heer neeff mit sijn ohm Wilhelmus vrindelijck deijlen.
Ten sesden aen den armen vier malder roggen te verdeijlen.
Ten sevenden dat hondert zielmissen tot laeffenisse van mijne ziele moegen gedaen worden tot welckers eijnde daer toe verkiesen als testamenteurs om mijnen uijttersten wille te volbrengen den Eerw: Heere Porten en onsen Eerw: Heere Schrijvers capellaen alhier, soo desen uijttersten wille beschreven ende versoecke, dat alsoo ter executie gestelt sal worden naer mijne doodt. Tot Grubbenvorst den 3.januarij 1735. Des ter waere oirconde dese eijgenhandigh onderteeckent ende was onderteeckent M:Eijckelboom vicarius Stae Catharinae.
Leger stont. Supra scriptum testamentum una cum Licentia testandi de 20.octobris 1724 nobis exhibitum, et per Nos mature consideratum, cum nihil continent juri aut Canonius Sanctionibus contrarium approbandum et confirmandum esse duximus, pront tenore praesentium ex plenetudine Autoritatis approbamus et contirmamus. Ruremunda in Palatio Episcopali hac 25.februarij 1746 erat signatum + Josephus Epus Antverpiensis confirmatus, vicarius Generalis Ruremundensis sede vacante.

Familie Aerts

Ergens tussen 1749 en 1774 kwam de Eyckelboom in het bezit van de familie Aerts. Arnoldus van Aerts was een rijke graanhandelaar, tapper van bier en foezel. Hij woonde op de hof bij het Gebroken Slot, en had daar een herberg. Waarschijnlijk kocht hij 26.06.1754 de Oude Berckt en de Kawei, bij de laatste liet hij aansluitend een nieuwe boerderij bouwen. Schepen Arnold van Aerts en zijn vrouw Cornelia Bloem kwamen ook voor in het register van fundaties in de kapel van de zusters van de Bisweide. Het echtpaar was ook de schenker van de luiklok van de Bisweide in 1767, na de afbraak van het oude klooster na 1892 kwam de klok terecht op de buitenschool in de Steeg. Daarna was de luiklok in bruikleen bij de Historische Kring Grubbenvorst-Lottum, echter in 1984 moest ze worden afgestaan aan de eigenaar van de Steeg.

In 1774 verkopen Henricus Verhoeijsen (Verhuysen) en zijn vrouw Agnes van Aerts hun huis "den Ancker alias Cuijpers goet" aan Agnes Geraedts, die het volgend jaar trouwt met Johannes Bos. Agnes was de dochter van Arnold Aerts en Cornelia Bloem, gedoopt 16.02.1733, ovl.21.08.1780; trouwde 20.11.1757 met Henricus Verhuysen, ovl.25.03.1777.

Familie Bos

WIU.jpg
Bos1876.jpg
Johannes Bos (1758-1814) trouwde 04.05.1775 met Agnes Gerards (1752-1804). Hij was de zoon van Pierre Bos en Catharina Deckers, Johannes was behalve brouwer ook koster, een ambt dat generaties lang in de familie bleef. Agnes was afkomstig uit Beesel, dochter van Henrich Gerards en Joanna Steegh. Johannes en Agnes kregen één zoon en drie dochters:
  1. Pieter Jan (1782), zie beneden
  2. Anna Catharina (1785),
  3. Maria Hendrina (1788) en
  4. Maria Petronella (1790)

Pieter Jan Bos, bierbrouwer, jeneverstoker en koster (1782-1876), werd maar liefst 93 jaar oud. Op de hoek van de Dorpstraat en de Pastoorstraat lag de Grubbenvorster brouwerij "den Ancker". Om precies te zijn op de Pastoorstraat 1-3, P.J.BOS staat met grote letters boven de deur gebeiteld. Het pand is uit het midden van de zeventiende eeuw. Den Ancker was niet alleen een herberg, maar ook de dorpsbrouwerij en jeneverstokerij met bijbehorend landbouwbedrijf. Ancker kan behalve scheepsanker ook de betekenis hebben van ’n vaatje bier van 36 liter. Pieter Jan, trouwde 20.11.1821 met Maria Gertrudis Verhaagh (1799-1853). Hij bezat volgens de Kadasterkaart 1811-1832 zo’n 20 percelen in Grubbenvorst (nrs.320, 379, 568, 575, 576, 577, 578, 630, 632, 649, 684, 685, 686, 688, 715, 716, 717, 718, 719). Op perceelnummers 684-685 zit “brander” Willem van Hegelsom. Zelf woont hij op perceelnummer 717 (huidige Pastoorstraat 1-3) omzoomd door z’n tuin (719), boomgaard (715), weiland (716) en bouwland (718). Er zijn twee zoons en vijf dochters bekend:

  1. Maria Agnes (1822), trouwde Joannes Jacobus Asselberghs
  2. Maria Petronella (1824-1874 de Pere), trouwde Willem Zegers, in 1876 landbouwer De Pere, Wisconsin (USA)
  3. Joanna Catharina; in 1876 in De Pere, Wisconsin (USA)
  4. Pieter Jan (*14.06.1826 +21.01.1892); bierbrouwer, trouwde 23.11.1874 met Gertrudis van den Hombergh (*30.07.1848 +30.01.1929), zie beneden
  5. Gijsbertus Hubertus (1835-1883),zie beneden
  6. Jacoba Agatha (1838-1865 Buggenum), getr. in 1863 met Kaspar Hubertus Simons, in 1876 hoofdonderwijzer in Swalmen, en
  7. Juliana Johanna (1841), getr. in 1871 met Francis Hubert Offergelt, in 1876 hoofdonderwijzer in Roosteren.

Pieter Jan Bos (*14.06.1826 +21.01.1892); bierbrouwer, tr.23.11.1874 met Gertrudis van den Hombergh (*30.07.1848 +30.01.1929), hun kinderen:

  1. Pieter Johannes Robertus (1875-1897)
  2. Augustinus Julianus Leonardus (1876-1944); tr.26.04.1907 met Johanna Willemina Hubertina Driessen.
  3. Gijsbertus Constantinus Eugenius (1878-1881)
  4. Maria Gertrudis (1880-1899)
  5. Bertha Paulina (1882)
  6. Constantinus Jacobus (1884-1975); tr.04.10.1908 met Anna Maria Catharina Rosalia Obers
  7. Frans Jozef (1886-1886), na 1 week overleden

Gijsbertus Hubertus Bos (1835-1883); landbouwer, koster, trouwde 10.06.1865 met Petronella van Megen (1836-1900). We vinden volgende geboortes:

  1. Peter Jan Hubert (1866-1926), ongehuwd
  2. Hermanus Hubertus (1867), tr. 22.04.1895 met Maria Josephina Helena van Meijel
  3. Maria Gertrudis (1870)
  4. Petronella Gertrudis (1872-1874), ovl.na 16 maanden
  5. Jacobus Hubertus (1874-1933), tr.14.05.1908 met Maria Elisabeth Reijnders
  6. op 12.04.1879 wordt een levenloos jongetje geboren

Het café den Ancker annex herberg heeft tot 1918 bestaan, terwijl de brouwerij in 1923 werd stil gelegd. Met de jeneverstokerij was men vermoedelijk al eerder gestopt.