Kapitein Tutelaer

Uit TitVen
Ga naar: navigatie, zoeken

Kapitein Tutelaer marcheerde in het leger van de Prins

AldiFoto002.jpg
Ergens in 1983 vond ik een verwijzing naar de Verzameling van Atteveld in het Rijksarchief van Utrecht. Het bleek een nietszeggend papiertje met een viertal kwartieren. Van wie? In ieder geval van een huwelijk tussen een Tutelers en een Heymans. Hij was de zoon van het echtpaar Tutelers-Campers, zij de dochter van het echtpaar Heymans – la Leu (de Wolf). Het wapen Tutelers kan beschreven worden als “in goud drie zwarte vogels”. Groot was mijn verbazing toen ik snuffelend op internet ene Capiteyn Tutelaer tegenkwam, mijn nieuwgierigheid dreef me tot verder zoeken, en wat bleek? Hij was getrouwd met ene Heijmans! Eindelijk beet na 27 jaar? Het genealogisch bewijs is niet gevonden, maar wel interessante gegevens!

Het zal niet lang duren of ook jullie worden meegesleept in die 80-jarige oorlog (1568-1648). Er is verschrikkelijk veel vastgelegd, beschreven en geanalyseerd over deze zeer roerige periode in onze geschiedenis. In die verschrikkelijk grote ‘hooiberg’ aan informatie vinden we een aantal ‘spelden’ van een paar voorvaderen van de familie Tutelaer. Het blijkt niet alleen te gaan over moed en trouw, maar ook over plundering en moord. Levens worden abrupt beëindigd zowel op het slagveld als aan de galg.

Van vrijbuiter tot held

WapTutelaers.png
Jaques Tutelaer (Tutelare), mogelijke zoon van N.N. Tutelert en N.N. Campert; was in de periode 1584-1586 actief als vrijbuiter-kapitein; vermeld als kapitein te Bergen op Zoom op 15.03.1582; idem op 15.06.1598; vermeld als sergeant-majoor van Lillo op 29.12.1589, 21.06.1591, 25.05.1593, 19.10.1593 en te Liefkenshoek op 17.03.1602; benoemd tot kapitein-majoor te Lillo op 19.10.1593 als opvolger van kolonel Cauwert (= vermoedelijk Michel Caulier); kreeg toen de leiding over een compagnie met 150 hoofden; kocht op 03.11.1595 van Dierck Janssen Vleugels een huis met erf, hof en grond in de Potterstraat te Bergen op Zoom voor 536 guldens; overl. vóór 26.10.1604 toen zijn zoon Michiel Tuteler (Tutelaer) hem opvolgde als kapitein van een Zeeuwse compagnie te voet; trouwt met Michele Heymans (Himmaeus), mogelijke dochter van N.N. Heymans en N.N. La Leu; als eigenaresse van het pand “Den Grooten Valck” op de Grote Markt te Bergen op Zoom vermeld op 22.09.1615; als weduwe van Jaques Tutelaer vermeld op 20.04.1627; als kinderen zijn vermeld (volgorde deels onbekend):
  1. Maria, geb. Geertruidenberg, ovl. na 31.03.1623; otr. (1) Bergen op Zoom 11.06.1596, tr. (2) aldaar 02.07.1596 Jan van Galen, j.m. van Zutphen; otr. (2) Bergen op Zoom, tr. (2) aldaar 21.05.1606 Jaques de la Grandiere, geb. Normandië, luitenant van kapitein Minniclet; tijdens de belegering van 's- Hertogenbosch in 1629 doodgeschoten.
  2. Michiel, volgde op 26.10.1604 zijn vader als kapitein op; overl. vóór 21.06.1605 toen hij als kapitein werd opgevolgd door Lieven Seijs; tr. Adriana van Duvenvoorde; uit dit huwelijk (verm. o.m.) Michelle Tutelaer (Tutelert); zij tr. Dirck van Suylen van Natevisch; op 15.09.1655 doneerde haar moeder haar bezittingen in Holland.
  3. Francois, ged. Middelburg (Waals), 25.07.1584.De volgende vier kinderen zijn in 1605 (in deze volgorde) als de jongste vermeld:
  4. Michelle, geb.01.02.1591 in Middelburg (als d.v. Nicolas Tutelair); doopgetuige Bergen op Zoom 19.11.1613, 26.11.1613, 13.04.1614, 04.01.1617, 16.05.1617 en 06.06.1618.
  5. Anne, mog. identiek met ad 9. In een ‘Staat van Oorlogh 1660” lezen we onder lijfpensioenen ‘Anna ende Maria Tutelaers, drs van den Capn Tutelaer, 100£’.
  6. Susanne, idem.
  7. Jacques, doopgetuige Bergen op Zoom 20.09.1615.Voorts:
  8. (verm.) Andries, ged. Delft (Waals) 21.09.1586; verm. overl. vóór 1605.
  9. N.N. [de naam van de dopeling werd in het doopboek niet genoteerd; mog. betrof het een doodgeboren kind], ged. Bergen op Zoom 26.05.1598; getuigen: Daniel Jacobs (raadsheer) en Johan Piron (kolonel); voorts de huisvrouw van kapitein D’Hane en de huisvrouw van kapitein Charles Rassaert [= Isabeau Piron, dochter van kapitein Johan Piron en van Francoise Baradot]; ook de naam van de moeder werd niet genoteerd.


BergenOZ.jpg
In het notarieel archief van Bergen op Zoom vinden we een viertal interessante actes:
  • 15.06.1598: de comparant Jan Adriaenssen Dreijsschoir vanwege insinuatie en protest. Genoemd worden Jacques Tutelaer (kapitein), getuigen zijn Job Heryssen (korteroede ) en Cornelis Pieterssen, waard in Den Houffysers.
  • 17.03.1602: de comparant Niclaes Janssen Bouls, soldaat onder Tutelaer , Liefkenshoek , Wouw, vanwege een afrekening (vermogensrecht) van zijn overleden ouders. Genoemd worden kuiper Adriaen Gillissen en de getuigen Adriaen Standaert, Reynier van der Roeren en Adriaen Janssen Pottere. De overledenen zijn Jan Pieterssen Brouls en Adriaenken Jans.
  • 16.07.1615: Procuratie voor notaris Anthonius Molkeman in Bergen op Zoom. De weduwe van kapitein Jacques Tuteluer, geeft volmacht het huis “Den grooten Valck”, aan de Grote Markt gelegen aan Maria Oorts over te dragen, vrouw van Alexander Panneels, wonend in Middelburg. Als getuigen zien we Pieter Mertenssen (kuiper), Cornelis Janssen Hembrechts (wijntavernier in de Wolsack),Spence Salbaert en Jan Gillissen Hembricx (timmerman) uit Bergen op Zoom.
  • 22.09.1615: Attestatie voor notaris Anthonius Molkeman in Bergen op Zoom. Michele Heijmens, weduwe van kapitein Jacques Tutelaer, verkoopt het huis “Den grooten Valck”, aan de Grote Markt gelegen aan Maria Oorts, huisvrouwe van Alexander Panneels, wonend in Middelburg. Als getuigen zien we Marie Carpentier, Thielman Diericxssen (wijntavernier) in “de Fonteijne van Orep”, en Laureijs de Swerte, twijnder in Bergen op Zoom.

Militaire activiteiten

Veldslag.jpg
We weten niet waar Jacques Tutelaer (ca.1550-1603) geboren is, maar het is meer dan aannemelijk dat hij afkomstig was uit de Zuidelijke Nederlanden. Hij moet hebben behoord tot het opstandelingenleger van Willem van Oranje, zoals zo velen uit de Zuidelijke Nederlanden en Frankrijk. We weten ook niet wanneer hij is overleden, ook hiervan is het aannemelijk dat Jaques Tutelaer is overleden tijdens of later als gevolg van het Spaanse beleg van Oostende in de periode 04.07.1601-22.09.1604. Daarbij sneuvelden vele officieren en soldaten uit Zeeuwse compagnieën. Het totaal aantal slachtoffers aan Spaanse kant was 76.961, aan Staatse kant zelfs iets meer 77.684.

Jacques Tutelaer vocht in die 80-jarige oorlog onder twee Prinsen van Oranje als commandant van een compagnie van het Zeeuwse regiment. Allereerst voor Willem de Zwijger (1533-1584), prins van Oranje. De Spaanse koning Filips II verklaarde in 1580 Willem van Oranje als leider van de Opstand vogelvrij. De koning zette zelfs een prijs op Willems hoofd. De fel katholieke Balthasar Gerards uit Franche-Comté zag in 1584 zijn kans. Als hugenoot (een Franse protestant) vertrok hij naar Delft, waar Willem van Oranje woonde in het Prinsenhof. Balthasar verstopte zich daar op 10 juli 1584 met twee pistolen achter een pilaar en wachtte de prins op. Hij trof Willem van Oranje met enkele dodelijke schoten. De trap in het Prinsenhof, waar de schoten vielen, is er nog steeds.

Op 9 februari 1583 schrijft Willem de Zwijger, Prins van Oranje, vanuit Antwerpen een brief aan het stadsbestuur van Aalst (B). Ter bescherming en het behoud van de stad heeft hij kolonel Sohay opdracht gegeven om zijn regiment uit te breiden met vijf compagnieën. Als één van de vijf uitstekende, trouwe en ervaren kapiteins wordt genoemd Jacques Tutelaer. Een bewijs temeer dat hij reeds geruime tijd actief was aan de zijde van Willem de Zwijger, want hij kende hem bij naam en roemde zijn staat van dienst!

‘Le Prince d’Orange aux premier échevin et autres du conseil de Gand. Anvers, 9 février 1583. Messieurs, d’aultant que, pour la garde et conservation de ma ville d’Alost, il est nécessaire qu’elle soit asseurée et proveue de quelque nombre de bons et fidelz soldatz, j’ay donné charge au colonel Sohay d’augmenter son régiment des compaignies de Jacques Tutelaer, Geraerdt de Horne, Joos Cabelleau, Metkerke et Villiers, lesquelz, comme j’ay esté informé, sont bons, fidelz et expérimentez capitaines. Et d’aultant que vous cognoissez les longs et léaulx services que ledict colonel a faict à ces pays, et mesmement le bon zèle et volonté qu’il a d’y continuer, je vous ay bien voulu faire ceste, pour vous prier de luy continuer lesdictes compaignies: car, ayant si bonne expérience et preuve de sa fidédilité tant des années, ne veulx doubter qu’il s’acquitera tellement en sadicte charge, que vous aurez occasion d’en avoir contentement. Et, sur ce, prieray Dieu vous donner, messieurs, en bonne santé, heureuse vie et longue. D’Anvers, le IXe de febvrier 1583. Vostre bien amy à vous faire service, Guille de Nassau.’

Twee maanden voor de moord op Willem van Oranje (10 juli 1584) steunt kapitein Jacques Tutelaer hem nog bij het overtuigen van de Prins van Chimay, gouverneur van Vlaanderen, om zijn trouw te bevestigen ten overstaan van de opstandige provincies . Karel van Croy (1560-1612) voerde de titel van prins van Chimay. Van huis uit was hij katholiek. Reeds op zijn twintigste stond hij naar het voorbeeld van zijn vader, de hertog van Aarschot, de zaak van de vrijheid voor. Na zijn huwelijk in 1580 met een hervormde vrouw ging hij tot die godsdienst over. Op 22 juli 1583 werd Karel op initiatief van de Staten stadhouder over Vlaanderen. Spoedig daarna wilde hij zich met Filips II verzoenen en voerde onderhandelingen daartoe met Parma. Op 22 mei 1584 sloot deze prins van Chimay met Parma een verdrag waardoor heel Vlaanderen aan Spanje werd onderworpen. Hoewel hij daarna nog enige tijd veinsde hervormd te blijven, werd hij kort na 1584 weer katholiek.

Zoals blijkt uit het onderstaande heeft Jacques Tutelaer actief bijgedragen dat Oostende van 1584-1600 Staats is gebleven: ‘Den kolonel Despies zijnen aanslag op Brugge mislukt ziende, keerde zig met zijn volk op Oostende; maer voor zijne aenkomst was de borgerije onder de wapenen, zoo dat den franschen kolonel genoodzaekt was met zijn volk onverrigter zaeke af te trekken. Middelertijd vervolgde den hertog van Parma, opperbevelhebber der spaensche troepen in de Nederlanden, voor den koning Philippus den II., zijne voorspoedige krijgstogten, en hij kwam in het zelve jaar voor Oostende, met inzigt om die zeestad insgelijks t’overmeesteren; maer die van Brugge hadden voor het aenkomen van den Prins van Chimay, den welken door de twee leden van Vlaenderen herkend wierd voor bestierder dezer landen, vier Vaendelen krijgsknegten in Oostende gezonden, de welke den Prins bij zijne aenkomst nog versterkte met negen Vaendelen van het regiment van den heer Philippus van der Gracht, heer van Mortaigne, onder het bevel van kapiteyn Jacques Tutelaer, lieutenant-kolonel, en van eenige onderofficieren, die door den Prins van Oranjen uyt Braband toegezonden waeren. Den hertog van Parma onderrigt zijnde van de aenkomst der gemelde hulptroepen, en dat den kapiteyn Maerten Drooge bij nagte de stad overvloediglijk voorzien had van alle slag van krijgsbehoeften, zag daedelijk af van zijn ontwerp van belegering, en hij verliet de plaets, naer dat hij’er vijf dagen voor gelegen had. Sedert hielden d’Hollanders Oostende in bezitting, ’t gene zij met bewilliging van d’Engelschen, hunne bondgenooten, met gragten en bolwerken lieten versterken.’

Schelde.jpg
Aansluitend staat onze Jacques Tutelaer paraat voor Maurits (1567-1625), Prins van Oranje.

Hij wordt genoemd als kapitein in een van de Eendrachtsforten . De Eendrachtslinie was een van de oudste verdedigingslinies van Nederland, vanaf het begin van de 80-jarige oorlog. Het doel van de linie was het beschermen van de scheepvaart over de Eendracht en het verdedigen van Zeeland, in het bijzonder Tholen, tegen een aanval van Spaanse troepen vanuit Noord-Brabant. Na de aanleg van de West-Brabantse waterlinie, kregen de fortificaties vooral de rol van een reservelinie.

Als kapiteins van de Eendrachtsforten worden ondermeer genoemd Elbert Ingenhaeff (1593), Bartholomeus Walraeve (1595), Jacques Tutelaer (1597), Pierre La Corde (1598), Johan de Haene (1597-1599), Daniel Turqueau (1594-1598), Diederick de Ram (1597-1600), Balthasar de Ghistelles (1603), Jacques Broucqsaulx (1605), Arend van Tuyl van Serooskerke (1606-1617), Melchior Winckelman (1615-1622) en Balthasar van der Muijden (1615-1622).

In het ‘Journaal 1591-1602’, op last van het Departement van Oorlog door Anthonis Duyck , lezen we volgende passage van 28 juli 1596: ’Ende hoewel men bij desen claerlijck sach wat schade en retardement tvuytvallen den viant doen conde ende hoeseer men geabuseert was tselve dus lange vuytgestelt te hebben, en conste noch evenwel hier naer niet geraden vonden werden meer vuyt te vallen, daertoe de blooheyt van eenige capiteinen, die voor slagen vreesden, seer veel hielp ende dat den Graef niet dadelijck genouch daerinne en voorsach ofte selfs mede van contrarie opinie was, niettegenstaende hij nu veel compagnien knechten in stadt hadde, daervan seer weynich soldaeten in de Moervaert waren verstroyt geworden, want van dage quamen noch in de stadt de compagnien vanden Almirael van Zirczee ende van Tutelaer, daertegen vuyte stadt tooch die van Jan de Giselaer’.

Beleg.jpg
Op 20 mei 1600 blijkt dat het menens te zijn in Oostende: ‘Ontrent dese tijt deden die van Oisteynde een uytval, in dewelcke gevangen werde den capiteyn Daem Verhorst, den lieutenant van Augustijn Humans, den sergiant van Tutelaer ende meer anderen ende verscheiden soldaten dootgeslagen ende den viant imputerende aenden sergiant verscheiden roverien in Vlaenderen gedaen, dede hen terstont ophangen’.

In 1602 verblijft kapitein Jacques Tutelaer in Fort Liefkenshoek. In de betrekkingen tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden in de periode 1585-1786 speelden twee forten aan de Schelde nabij Antwerpen een bijzondere rol: Lillo en Liefkenshoek. Door het bezit van deze vestingwerken was de Republiek der Verenigde Nederlanden in staat om het handelsverkeer vanuit en naar Antwerpen via de Schelde volledig te controleren. Dit gebeurde vooral door ter hoogte van het fort Lillo een fiscale barrière te plaatsen ten nadele van Antwerpen en ten faveure van de havens in de Noordelijke Nederlanden, in het bijzonder van de haven van Amsterdam. Zo werd betekenisvol bijgedragen aan het ontstaan van de Gouden Eeuw in de Republiek.

Enkele jaren later wordt ene kapitein Tutelaer naar Utrecht gesommeerd om daar het garnizoen te versterken in verband met de rellen van de contra-remonstranten. In een brief van 17 december 1610 uit den Haag , uit naam van Prins Maurits, lezen we: ‘. . . doch by soo verre als uwer E. hun daertoe souden achten te swack van garnisoen, heeft Syne Excell, gedestineert de compagnie Isecramer, Tutelaer, ende van den cappitein Alart, binnen Utrecht noch te zenden, met twee compaignien ruyteren, mits dat uwer E. ordre stellen, die ruyteren in geen herbergen te logeeren gesonden, . . . .’

Van kapitein tot struikrover

Cavalerie2.jpg
Willem Tuteleers (ca.1610-1659) werd geboren te Sint Truiden als zoon van Leonard Tuteleers. In 1640 behoorde hij als beroepsmilitair tot de ruiterij der Nederlanden. In 1643 was hij kapitein van een compagnie Duitse infanterie. Na afloop van de 80-jarige oorlog raakte ook Willem Tuteleers aan lager wal als struikrover, eerst in en rond Sint Truiden, daarna in het hertogdom Brabant. Willem was de vierde zoon uit het ‘normale’ gezin van Leonard Tuteleers en Margaretha Cassen. Vader Leonard, geboren te Zoutleeuw, en overleden 16.08.1636 Sint Truiden. Op 10.07.1607 wordt Leonard genoemd als voogd van de kinderen van Machiel Cassen en Marie van Bruxken. Leonard en Margaretha woonden in 1622 in Nieuwenhuizen (het huis ‘die blicke’) en hadden zeven kinderen.
  1. Jan brouwer van beroep, trouwt 02.08.1623 in Sint Truiden met Marie Stijnen (geb.1593).
  2. Joost, wever van beroep, was gehuwd met Maria (T)Hielen.
  3. Lambrecht, geboren in 1610 en in 1635 getrouwd met Anne Blommen. Deze laatste sterft op 6 september 1636. Lambrecht hertrouwt in 1637 met Catlijn van Bruxken. Ze wonen in de Brustemstraat, er zijn acht kinderen bekend. Lambrecht wordt meegesleept in criminele activiteiten van zijn broer Willem, in 1661 pleegt hij zelfmoord na zijn proces.
  4. Willem, was getrouwd en onze beruchte kapitein Tuteleers.
  5. Marie, geboren in 1609 en overleden na 1669.
  6. Anna, 03.02.1627 gehuwd met Aert Buntinx.
  7. Catlijn (Catharina), ovl. ná 1670, in 1630 gehuwd met Jan van Ertrijck.

De ellende voor Willem begon na de 80-jarige oorlog, een belangrijk deel van het leger werd ontbonden. De reeds zeer slecht betaalde militairen, zowel officieren als soldaten, trokken vaak bedelend door de straten. Ze werden rovers die de wegen onveilig maakten, de handel ruïneerden, het platteland plunderden en de steden terroriseerden. Uit een analyse der akten blijkt dat vele militairen ter dood werden veroordeeld en opgehangen wegens moord en roof. Deze veroordelingen leidden vaak tot conflicten tussen de stadsmagistraten en de hoogst verantwoordelijke van de militaire justitie.

Voor verscheidene moorden werd Willem verbannen uit alle Staten van de Spaanse koning, maar trok zich hier niets van aan. Te Leuven werd hij ter dood veroordeeld maar wist uit de gevangenis te ontsnappen, om te vluchten naar Antwerpen waar hij lange tijd actief was. Opgejaagd in deze stad, kan hij weer ontsnappen en vlucht naar Brussel, waar verscheidene diefstallen en moorden zijn aanwezigheid verraden. Op dat ogenblik is Willem Tuteleers in het gehele land berucht, gevreesd door de bevolking, geducht door magistraten. Te Brussel wordt de nachtwacht verdubbeld, en de bewoners mogen zich 's nachts niet meer zonder lantaarn op straat begeven. Zowel behendig als moedig, kan Willem gedurende maanden aan alle politieacties ontsnappen. Uiteindelijk wordt hij toch door de Amman (vervanger van de opperrechter van de hertog van Brabant bij de uitvoering van de hoogste jurisdictie) bij een gewapende overval gearresteerd. Gevreesd om zijn handigheid en zijn geslepenheid, wordt hij in de 'Steenporte' opgesloten met ijzers aan handen en voeten.

Gezien Willem Tuteleers vaststelde dat het uitgesloten was te ontsnappen aan het actieve toezicht waaraan hij in de gevangenis onderworpen was, trachtte hij zijn proces in de tijd te rekken. Wanneer de voorgeleiding begon, weigerde hij de jurisdictie van de magistraat te erkennen, zeggende dat hij tot het leger behoorde. Hij stuurde zijn eis aan de hoogst verantwoordelijke van de militaire justitie, die ogenblikkelijk de gevangene voor zich opeiste.
Galg.jpg
Deze laatste was immers door het verbreken van de ban, ter dood veroordeeld. Zich steunend op zijn privileges, onder andere vastgelegd in het edict van 16 maart 1616, dat de drossaard van Brabant, en de amman toeliet militaire bandieten te vervolgen, en steunend op het artikel 30 van het plakkaat van 31 october 1633 met betrekking tot de jurisdictie van het militair gerecht, stellende dat de 'gens de guerre' die schuldig waren aan 'niet militaire delicten' geoordeeld en gestraft zouden worden door de magistraat, zodat deze uiteindelijk weigerde te voldoen aan de eis van de hoogst verantwoordelijke. Het proces werd dus voortgezet. Na herhaalde eisen wendde de hoogst verantwoordelijke zich tot de gouverneur-generaal die er niet in slaagde de partijen te verzoenen.

Willem Tuteleers werd veroordeeld tot de strop. Wanneer de amman zich naar de gevangenis begeeft teneinde de kapitein naar de galg te voeren, stelt hij vast dat op order van de hoogst verantwoordelijke (superintendant) de gevangenis bezet wordt door een detachement soldaten. Deze nemen alle militaire gevangenen mee. Wanneer dit bekend wordt in de stad, leidt het tot groot rumoer. Een volks-toeloop vormt zich op de grote markt. Het volk wil het huis van de superintendant bestormen, teneinde de 'kracht te breken' waarvan hij zich bediende (afin de rompre la force dont il se servait). Met veel moeite slaagde de magistraat erin het tumult te temperen en verklaarde dat hij met klem zou protesteren tegen deze inbreuk van zijn privileges. Maar een beslissing laat op zich wachten, tot de dag komt van de vernieuwing van de magistratuur van de stad Brussel. De samengeroepen natieën weigeren echter nieuwe rechters aan te wijzen, zolang de zaak Willem Tuteleers niet is opgelost. Hierover ingelicht verklaart de markies de Caracena, dat de amman van Brussel het toezicht over de gevangenen toegewezen krijgt, maar voor de natieën is dit niet voldoende. Uiteindelijk wordt beslist dat de kapitein Tuteleers zal opgesloten worden in het 'broodhuys' op de grote markt van Brussel, en dat hij door soldaten naar de galg op dezelfde grote markt zal gevoerd worden. De overige gevangenen zullen door de amman naar de galg begeleid worden. Alhoewel deze oplossing aan geen der beide partijen voldoening gaf, kwam de kalmte terug. Voor de verzamelde menigte werd kapitein Willem Tuteleers uit Sint Truiden, in 1659 opgehangen op de Grote Markt van Brussel.

Het zou kunnen zijn

Het is niet alom bekend dat de Beeldenstorm in 1566 is begonnen in België en dat de werving van het opstandelingenleger van Willem van Oranje begon in België. Niet vreemd het vermoeden dat Jacques Tutelaer uit de Zuidelijke Nederlanden kwam. Maar er zijn meer aanwijzingen. In Luik, in de Bulletins de l'Institut Archéologique Liegeois-TOME XVI-1881 (blz.800) treffen we de kwartieren aan van ene Elisabeth Lochon met o.a. het wapen van haar opa van moederszijde. Dit wapen van Willem Tutelair, geb.ca.1525, kan beschreven worden als: "in zilver een blauwe dwarsbalk met daarboven twee zwarte vogels".

Jean1477.png
Tussen 1471 en 1514 treffen we ca.35km naar het westen in Gingelom en Niel ene Jean Tutelers aan als schepen, schout en meier. Zijn zegel en familiewapen vertoont drie vogels (trois piles, aux chef chargé de trois merlettes) zoals we die later ook tegenkomen bij Jacques Tutelaer.

Op zoek naar sporen in Gingelom stuiten we op een paar krasse voorbeelden. Het gezin van Jan Tuteleers en met name zijn vrouw Catlijn wordt meerdere malen gepest met hun afvalligheid van het katholieke geloof. In juli 1601 lezen we dat de huisvrouw van Jan Tuteleers samen met haar zoon Jaeck en ’n paar soldaten (??) een viertal koeien hebben weggedreven. Het zal toch niet onze kapitein Jacques Tutelaer zijn (??):

  • 15.06.1598: Jan Tuteleers versuckt eenen clockslach ende nae dien gepubliceert te worden, wije hem gepresumeert (verondersteld) heeft sijn huysvrouwe op te reijden ende te anpteneren tot in haer huys meynende haer den cop te breecken met eene poinjart (dolk), haer namende alde carvijn (calvijn?) ick moet uch noch hersteecken ende noch met den selven perde willende ter lerden oprijden seggende tot den deckers, deckt al deckt al, alst al gedeckt es dan sal ick het vuer daer in steecken, dat sal uwen loon sijn, ende dat sij sulcx gerichtelijk sullen bekennen. [Rijksarchief te Hasselt. Schepenbank Gingelom nr.6 rollen 1594-1599 folio 133.]
  • 18.01.1599: Jan Tuteleers seet die oersacke te wesen die hem moverende sijn om den voerscreven Toussain Lebeau te moeten schauwen ende te ruymen sijn huys als te weten dat den voerscreven Toussain dagelijcx ende te meer reyssen in des voerscreven Tuteleers huys in sijnder absentie groete insolentie gemaect heeft ende sijn huysgesin geturbeert (verstoord) ende sijn schoenmoder onder haer neuse met sijn vuysten gestoeten seggende daer bij totten pastoer ghij hebt mijn wijff in u bedde ende dat hij Toussain naede papen ierst moet sijn wijf bruijen (slaan), ende dat der pape solde slapen bij die moeder ende dochter ende bij de papenhoren sijn ende te meer dat hij dagelijcx tegen den voerscreven Tuteleers boven goede ende sufficiente oblatie (toewijding) ende presentatie obstinatelijck (halsstarrig) nyet willende hem laten beseggen met goede mannen noch bij die iusticie. [Rijksarchief te Hasselt. Schepenbank Gingelom nr.6 rollen 1594-1599 folio 178.]
  • 14.05.1601: Jan Tuteleers als momber van sijnder huysvrouwe versuct eenen clockslach ende daer nae gepubliceert te woerden wije hem gepresumeert heeft sijn huysvrouwe te smijten ende met drijgementen te seggen dat sij selve in die kercke doeie solden hersteecken ende seggen haer om te brengen die pensen uut haer lichaem te treeden tot allen plaetsen daer sij haer connen overcomen, dat sij sulckx sullen gerichtelijck bekennen dennen den derden daghe. [Rijksarchief te Hasselt. Schepenbank van Gingelom nr.7 rollen 1599-1604 folio 102.]
  • 26.07.1601: Michel Nuteleers ende Gertruyt sijnder huysvrouwe hebben tsamenderhant clachtelijck te kennen gegeven aender stadhelder Adam Back, als dat die huysvrouwe van Jan Tuteleers, geasisteert met Jaeck harer soen, ende eened oft twee soldaeten hebben drije koijen ende een dragende verse (vaars = jonge koe) hon toebehoerende hebbende, sonder consent (toestemming) ende sonder manier van recht gehaelt onder Hal ten Boyenhoven ten huyse van Jan Corthouks ende die selve ewech gedreven tot honne eijgen believen ende daer met gehandelt ende gedaen tot onder eijgen believe, tot groete achterdeel ende preindicie der clagers. [Rijksarchief te Hasselt. Schepenbank van Gingelom nr.7 rollen 1599-1604 folio 119.]
  • 21.01.1602: Michiel Tuteleers als momber sijnder huysvrouwe versus Jan Tuteleers als momber sijnder huysvrouwe ende kinderen, ende heyst in vuegen soe boven ter oersaken vanden quetsueren bij sijn huysvrouwe ontfangen van Jan Tuteleers huysvrouwe, Heylken sijn dochter ende Jaeck sijn soen, ter dier tijt in sijn broe* wesende ende voer haer geleden smert eens vijftig gulden opror recht. Jan Tuteleers voldoende den vonnisse tusschen hem ende Philips van Stapel draecht op tot cautie eenen sekeren hoff gelegen op die Bornstraet, regenoten Jan Goijens, Peter Wauter boven, ende Ardt Schellens ende sheerenstraet met volcomen warantschappe. Jan Tuteleers pacht die 23 roeden van de moeder van Philips volgens notarisakte van notaris Jan Roesen. [Rijksarchief te Hasselt, schepenbank van Gingelom nr.7 rollen 1599-1604 folio 140.]

De genealogie van Jacques Tutelaer zou kunnen zijn: Jan Tuteleers alias Smeyers (Gingelom ca.1480-1554), getrouwd met Marie Nijs (ca.1490-na 1557):

  1. Marten
  2. Meester Willem, getrouwd met Anna Wouters (Brustem)
  3. NN, getrouwd met Willem Tielemans
  4. NN, getrouwd met Jan Huysdens
  5. Peter, volgt hieronder

Peter Tuteleers (Gingelom ca.1500-1582), getrouwd met NN:

  1. Geert
  2. Eissel (Elisabeth) (ca.1520-1568), getrouwd met Ghijsbrecht Cruels.
  3. Jan, volgt hieronder
  4. Hendrick (als voogd wordt zijn oom Marten genoemd)
  5. Marie, getrouwd met Jan Baten (ovl. vóór 1586), kuiper in Gingelom

Jan Tuteleers (Gingelom ca.1525-1603), genoemd in 1567 als z.v. Peter, overleden in mei/juni 1603; in 1602 treedt zijn vrouw op voor Jan ‘mits sijnder debiliteit’. Hij was getrouwd met Catlijn (Catharina) Campert:

  1. Jaeck, getrouwd met Michele Heymans
  2. Helwijdis, getrouwd met Jehan Houboug
  3. Maria, getrouwd met Toussaint Lebeau (+vóór 1613) ; Maria en haar kinderen Johannes, Petrus, Helena en Maria verlaten 29.09.1617 Gingelom.