Maasschipper

Uit TitVen
Ga naar: navigatie, zoeken

Het beroep

Het beroep van Maasschipper is erg oud, het was één van de meest mobiele beroepen dat redelijk welvarende families in de periode 1500-1800 uitoefenden met hun schepen over rivier de Maas. Ze transporteerden van alles (bv. hout, stenen, wijn en niet geheel ongevaarlijk ook militairen) op de hoofdroute tussen Luik en Dordrecht. Eeuwenlang was er een druk scheepvaartverkeer tussen de steden uit het Overland (vooral de streek tussen Luik en Maastricht), Ommeland en de watersteden van het Nederland (Delft, Dordrecht, Gorinchem en Rotterdam). Veel schippers hebben geen andere bezittingen dan hun eigen schip. Ze wonen in de roef (kajuit), waar slechts een bed en een paar kleine meubeltjes staan, misschien nog een koffer waarin ze wat gereedschap bewaren. We zien ook dat schippers hun krachten bundelen en samen gaan werken. Sommige schippers slagen erin om zelf een kleine vloot (koppelije) in stand te houden. De meest voorkomende samenwerkingsvorm is het familiebedrijf. Het komt voor dat schippers slechts de goederen transporteren voor handelaren. Maar het lijkt erop dat meestal de schippers de vracht kopen die ze vervoeren. Gewoonlijk wordt de betaling uitgesteld tot terugkeer van de reis, dat wil zeggen als de vracht is verkocht. Als schippers goed “boeren” zien we dat ze huizen, grond en lijfrentes aankopen. Weer anderen worden marktschipper (barques marchandes).

Een paar sfeerbeelden

Jagen.png
"Intussen zijn wij de Maas hoe langer hoe meer genaderd, en wij hebben de plaats bereikt, waar de hoofdtak der Roer zich met haar verenigt. Van de brug over de rivier, die hier haar einde vindt, zien wij de fiere stroom, met duizelingwekkende vaart langs zijn oevers snellend, alsof hij zich haastte naar de zee, die hem zal ontvangen, gelijk hij zovele rivieren en beken in zich opnam; alsof hij ongeduldig was, om de forse driemasters te dragen op zijn brede wateren, in plaats van alleen zijn reuzenkrachten te wijden aan enkele aken en kleinere vaartuigen, die hij als speelgoed met zich sleept. Ziet eens, hoe hij die lange aak afvoert, wier bemanning alle werk heeft, om het schip stuur te doen houden, en let tevens eens op het eigenaardig werktuig, waarmee de opvarenden daarbij behulpzaam zijn, - dien langen stok, waaraan een dwarsplank is bevestigd, en die voortdurend aan den voorsteven in het water wordt geslagen. Het grote roer alleen schijnt niet voldoende tegen den geweldigen stroom, die hier gaat."

"De aak lag niet ver af aan den overkant voor Dordrecht. Heel de open bak diende tot woonruimte, voor den nacht door zeildoek afgeschut en met zeildoek gedekt. Bij de plecht stond de kolenpot, het aardewerk hing er aan spijkers. Aan het ander eind, bij het roer, waren vrouwen en kinderen bezig de houtjes te kloven en te snijden."


Het is bekend dat rond 1600 in Eijsden een combinatie bestond van maasschippers (vennoten), die goederen uit Holland verhandelden tot in Luik toe. In de 17e eeuw was er sprake van een zuid-limburgse kolonie in Dordrecht. Dat hierover weinig tot niets gepubliceerd is, ligt ongetwijfeld aan de weliswaar gestage maar gruisloze en geleidelijke immigratie.

Betalingsverkeer

Dankzij vastgelegde contracten voor gerecht of notaris kunnen vanaf einde 16de , begin 17de eeuw, de transporten (traject en goederen) van de Maasschippers gevolgd worden. Deze documenten tonen het belang van de relatie tussen Overland, Ommeland en Nederland. Enkele voorbeelden:

  • In 1598-1599 sluit Aïlis Gennin, de vrouw van een schipper uit Zaltbommel, een overeenkomst met een handelaar uit Jemeppe, overigens negeert men de bepalingen van de transactie.
  • Jean Guillaume, schipper uit Luik, levert gietijzer aan Venlo in 1614 en neemt een vracht kaas mee terug naar Luik.
  • Denixhe Franckotte, schipper uit Luik, vaart in 1620 regelmatig naar Holland, waarbij o.a. ijzer wordt getransporteerd.

Het betalingsverkeer geschiedt in termijnen, een aanbetaling bij de gunning van de opdracht, de eerste termijn bij terugkeer van het eerste transport, volgende termijnen om de zes maanden of per jaar. Soms gebeurt die eerste termijn in goederen. De schuldenaar geeft als onderpand al zijn roerende en onroerende goederen en overhandigt een “waterbrief” (is dit identiek aan een “waerbrief” ?) om vrijwaring van eigendomsoverdracht aan derden te voorkomen. Als de schipper niet aan een termijn voldoet, vervalt de boot aan de schuldeiser, die ook het recht heeft, in voorkomend geval, de lading in beslag te nemen.

Genealogie

Wie met een genealogisch onderzoek in een van de dorpen of steden langs de Maas vastloopt, heeft een probleem. Mogelijk dat het verloren spoor ergens tussen Dordrecht en Luik weer kan worden opgepakt. Een bijkomende factor is dat we dan zowel in de katholieke als in protestantse registers zullen moeten zoeken. De overgang van katholiek naar protestant (en andersom) constateren we geregeld bij maasschippers. Ongetwijfeld hing dit nauw samen met de vele contacten met de Hollandse watersteden. Dordrecht was bij de zuidelijke maasschippers zo in trek, dat het onmogelijk wetenschappelijk verantwoord is een (genealogische) studie van Dordrecht (17e eeuw en vroeger) te doen, zonder raadpleging van de archieven van Maastricht, Eijsden, Venlo etc.. Andersom geldt natuurlijk hetzelfde.


Pas na lang geduldig speurwerk of dankzij een toevallige vondst lukt het (soms) die gezochte doop-akte te vinden in één van die vele dorpen of steden langs de Maas. Waar de vrouw van de schipper het kind ter wereld had gebracht. Vele maasschippers en kooplui uit het zuidelijke Overland vestigden zich voorgoed aan de monden van de Maas. Menige Hollander zal ontdekken dat zijn "roots" in Luik, Eijsden of Maastricht liggen.

Zie ook: Prof.Dr. Theo Thurlings (1916-1997) - "De Maashandel van Venlo en Roermond in de 16e eeuw (1473-1572)" (dissertatie, 1945)

Voor bekende maasschipperfamilies uit de 17de eeuw zie:

Link