Twee geloven in één schip

Uit TitVen
Ga naar: navigatie, zoeken

Misschien een rare kop!? Als je het onderstaande gelezen hebt, niet meer. Er werd bij Maasschippers nogal geswitched van gereformeerd naar katholiek, of andersom. Soms denk je, ze passen zich heel gemakkelijk aan, daar waar het schip ligt. Zo eenvoudig zal het niet geweest zijn. Maar dat maakt het voor de genealoog niet gemakkelijk! In hoeverre dit in de roef tot (echtelijke) problemen heeft geleid? Ze zeggen wel eens:"Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen!".

Verstrengeling Gereformeerden in Kaldenkerken en Venlo

Jacob van Lovendaell was in 1530 de eerste hervormde predikant in Venlo, maar hij moest zijn getuigenis bekopen met het branden en doorsteken van zijn tong. De aanhangers van Maarten Luther (1483-1546) wonnen evenwel gestaag terrein in de Staatse landen, waar de hervormde godsdienst staatsgodsdienst werd. Het eerste bericht dat het katholieke religieuze leven van Kaldenkerken verstoort dateert uit 1533, wanneer ene Hutmacher uit Venlo afwijkend van de katholieke leer komt prediken.

Ongeveer vanaf 1546 is er voor de katholieken zwaar weer op komst. Via de Venlose handelsroutes met Maastricht, Luik, Dordrecht en Antwerpen, raken de reformatorische ideeën hier bekend. Kapelaan Hendrik Kamerlinck, gesteund door aanzienlijke burgers, veelal ‘kremers’, dus kooplieden, sympathiseerde met deze ideeën. Frans van Holtmeulen uit Tegelen liet, waarschijnlijk vanwege zijn (3de) protestantse vrouw, hagepreken toe. In 1563 preekte Christiaen Mostart, alias Christianus Sinapius, een ex-benedictijn, in Tegelen. Zowel op de Holtmeulen als in de Tegelse kerk werd de nieuwe leer gepreekt voor het merendeel voor Venlose toehoorders, geschat op 100 tot 150 mannen en vrouwen. Venlo kent ruim 250 protestanten.

De prijzen van de eerste levensbehoeften, zoals roggebrood, bier, haring en spek stegen sterk in 1565, dit veroorzaakte spanningen hetgeen met de onrust op religieus gebied een uitweg zocht. In augustus 1566 houdt predikant van gen Horstgen bij de Wylrehof omringd door "gewapende scharen volks" een hagepreek. De predikant Panhuysen trekt met een groep aanhangers op van Tegelen naar Venlo en ontketent er een beeldenstorm op 27 augustus en 5 oktober 1566, die ook de parochiekerk van Venlo trof. De gereformeerden bezetten het klooster Trans Cedron en ‘zuiverden’ het. De predikant Engelbert Faber nam er met zijn aanhangers zijn intrek. De verscherpte plakkaten en de dreigende komst van de katholieke hertog van Alva deden de rust terugkeren. Faber werd op 6 april 1567 door de magistraat de stad uit gezet. De ‘protestanten’ moesten gaan kerken in plaatsen waar zij getolereerd werden, zoals in Kaldenkerken. In de jaren 1574 en 1576 vinden “an der Maesen” toch weer gereformeerde hagepreken plaats. Als in 1578 Johan van Nassau stadhouder van Gelre wordt, biedt dat iets meer relatieve bewegingsvrijheid voor de Gereformeerden. Maar niet voor lang, van 1586 tot 1632 zijn de Spanjaarden weer de baas in Venlo. Betekent dat de Venlose Gereformeerden weer “een uur gaans” in Kaldenkerken ter kerke moesten

De eerste plaats van samenkomst voor de protestanten in Venlo was zoals vermeld in 1566 de kapel van het klooster Trans-Cedron. In sterk wisselende periodes tussen 1578 en 1621 werd dit de Nicolaaskerk, veroverd en gesteund door het garnizoen. In 1581 bestond de hele magistraat van Venlo uit Gereformeerden. In 1586 komt het volgende keerpunt voor de Gereformeerden, Venlo moet zich overgeven aan de hertog van Parma en gedurende langere tijd was de Gereformeerde gemeente opgeheven. De protestanten zochten hun heil in het nabijgelegen Duitse Kaldenkerken. Het nieuwe garnizoen van Duitse en Italiaanse huursoldaten gedroeg zich niet al te netjes in de stad, en werd door de gezamenlijke burgerij de stad uitgejaagd. In 1590 volgde daarop een wraakactie op de weinige protestantse families, ze werden de stad uitgezet. Dit betekende voor 42 jaar het einde van de protestantse gemeente in Venlo.

In 1632 veroverde Frederik Hendrik de stad. In het verdrag van overgave tussen prins Frederik Hendrik en de Venlose magistratuur in 1632, waarbij Venlo van Spaanse in Staatse handen overging, lezen we: "... de gereformeerden sal ingeruymt worden de kercke van St. Joris, om aldaar haren Godsdienst publicquelik t'exerceeren". De Joriskerk in Venlo, althans het oudste deel ervan, is heel wat ouder dan de geschiedenis van de protestantse gemeenschap. Vermoedelijk rond 1385 werd ten oosten van de Markt het St.-Jorisgasthuis gebouwd. Vanaf 1634 konden de Gereformeerden ook in de St.-Jacobskerk en in de H.-Geestkerk hun geloof beleiden.

Deze vrijheid was echter wederom van korte duur, kardinaal Ferdinand, Spaans troonopvolger, heroverde in 1637 de stad en alle vrijheden werden de Gereformeerden weer afgenomen, de kerken kwamen weer in katholieke handen. De protestantse kerkgangers zochten ze hun heil opnieuw op “een uur gaans” in Kaldenkerken. En het werd nog erger, ze werden zelfs gedwongen binnen een half jaar hun goederen te verkopen, en de stad te verlaten. Een bericht van de stad Venlo aan de bisschop van Roermond laat weten dat vanwege deze maatregel een oproer dreigt. De Gereformeerde Gemeente van Kaldenkerken heeft een lijst uit 1637 bewaard van “40 Außgewichene” uit Venlo (zie beneden). Die lijst telt overigens méér dan 40 namen, maar de uitgewekenen bevinden zich zeer waarschijnlijk daaronder. Saillante details in de lijst maken scherp duidelijk hoe de scheuring ook binnen de gezinnen plaatvond. Het hoogtepunt van de verstrengeling tussen gereformeerden uit Kaldenkerken en Venlo ligt tussen 1637 en 1702. Na 1648 werd het oponthoud van Gereformeerden weliswaar geleidelijk weer geduld in Venlo, uitgewekenen keerden weer terug, maar ze bleven in Kaldenkerken ter kerke gaan. Men trouwde in Kaldenkerken, liet zijn kinderen hier dopen en hun doden werden er begraven. Naast schriftelijke bronnen getuigen overduidelijk daarvan de bewaard gebleven grafstenen bij het Gereformeerde kerkje. Het grootste deel der protestanten, waarschijnlijk allen die niet geboren Venlonaar waren, werden in 1655 uit de stad verdreven. Van de overgeblevenen vertrokken later velen naar Nijmegen, Tiel en Dordrecht. Voor het kleine resterende deel werden de lasten ondragelijk, te weten de armenverzorging en bijdragen aan de eredienst te Kaldenkerken. Dit alles duurde tot 1702, in dat jaar kwam Venlo definitief aan de Staten van de Republiek der Nederlanden. Alle Gereformeerden werden bijeengeroepen: er waren er slechts 20. Opnieuw kregen de protestanten de Gasthuiskapel. Nu in vollen eigendom. Dat stelde echter niet veel voor: de katholieke beheerders verklaarden bij overdracht dat de Gasthuiskerk in het geheel geen vaste goederen noch kapitalen rijk was. De enige inkomsten bestonden uit de twijfelachtige opbrengsten der grafplaatsen in de kerk en vrijwillige bijdragen van gemeenteleden.

In 1709 namen de Staten de schuld aan Kaldenkerken voor hun rekening: 150,- gulden per jaar als bijdrage van de protestanten van Venlo in het traktement van de Kaldenkerkse predikant. Tot aan de Franse tijd is dat zo gebleven.

Problemen Maasschippers / Handelaars

Twee voorbeelden van na 1637 gevluchte vooraanstaande Venlose burgers zijn Hermanus Boener en Derick ingen Betouw, allebei nauw verweven met de Maashandel en Maasschippers:

Hermanus Boener , geb. ca.1595 in Venlo; ovl.Nijmegen (?) vóór 1650; woont in Venlo 1625 op de Oude Markt, in 1632 in de Groote Kerkstraat, provisor van St. Jorisgasthuis 1626, wijnkoopman 1633-1637, (protestants) schepen te Venlo 04.04.1634 -28.08.1637. In zijn huis op de Groote Kerkstraat te Venlo vergaderden 31 Mei 1632 de Protestanten. Op 24 juni 1636 werd kapelaan Jacobus Spykermans met de koster Nicolaas Huetz in het huis van Hermanus Boener (die daar met scholtis Gerard Goris en Johan ingen Betouw bijgenaamd de Geringe vergaderd was) ontboden om de sleutels van de kerk over te geven. Als Gereformeerde week hij na de herovering door Spanje in 1637 uit naar Nijmegen, burger van Nijmegen m.i.v. 14.03.1638, agent der stad Venlo te Nijmegen 1640-1641. Hermanus Boener trouwt in Venlo (RK) 26.11.1623 (get. Joannes de Wanssem, Gerardus Hunnen) met Catharina van Aerssen, geb.1602; ovl.31.10.1674, begraven in Kaldenkerken (D), Gereformeerde Kerk. Tegen de muur van het oude Gereformeerde Kerkje van Kaldenkerken (D), rechts vóór de ingang, staan een aantal oude grafstenen. Op een daarvan lezen we heel duidelijk: “Hier leyt begraven Catharina van Aertsen huisvrouwe van Hermanus Boener oudt synde 72 iaren is gestorven den 31 october 1674”. Catharina was de dochter van Goerdt van Aerssen, maasschipper te Nijmegen en Gertgen in gen Betouw. Hun kinderen:

  1. Anthonius, ged. Venlo (RK) 17.09.1624 (get. Teo(t)horus Honnen, Maria Boener), latinist aan de gereformeerde school te Venlo circa 1634, woont te Nijmegen in 1650, richt 22.10.1650 van Nijmegen uit een request aan den magistraat van Venlo, overl. na 10.09.1659.
  2. Gertrudis, ged. Venlo (RK) 13.09.1626 (get. Vittus Notten, Agneta van Arssen), jong overleden.
  3. Godefridus, ged. Venlo (RK) 12.12.1628 (get. Theodorus op den Camp namens Cornelius van Aerssen, Barbara Boener), jong overleden.
  4. Christina, ged. Venlo (RK) 05.01.1631 (get. Adamus van Lentholdt, Anthoneta Boener), overleden na 1683; tr. Derick Alarts de Veer, koopman 1676-1703 en lid van het College van Veertig in Dordrecht 1678-1703 en woonde in Dordrecht; zoon van Jan Alardts de Veer en Maria van Elsloo.

Derick ingen Betouw, geb. te Venlo op het einde der 16de eeuw, zoon van Theodorus en Catharina Frerix. Hij was vanaf 1621 lid van het schippersgilde, wijnkoopman en factoir (handelaar) 1625-1629. Derick werd 3 april 1634 toen de katholieke magistraat was afgezet tot schepen van Venlo benoemd, op die dag (3 april 1634) trad ook Johan ingen Betouw, de Geringhe genoemd, toe tot de raad. Derick deed op 4 april 1634 de eed, hij was in 1636 regerend burgemeester. Als Gereformeerde verdween hij na de herovering door Spanje op 26 augustus 1637 van het toneel, toen de president Roos de door de staten aangestelde magistraat deed afzetten. In 1640 woont hij in Nijmegen, van 1640-1644 in Wachtendonck waar hij vermoedelijk 1644/1645 is overleden. Op 9 december 1620 huwde hij te Venlo met Helena Bonebeckers, overleden in 1645, weduwe van Jacob (van) Aeretssen, burger en factoir te Venlo 1614, ijzerhandelaar 1616; dochter van burgemeester Henrick Boenebeckers en van N. Goris. Kinderen van Derick en Helena:

  1. Katerina in gen Betouw gedoopt Venlo (R.K.) 16 september 1621.
  2. Anna in de Beetou gedoopt Venlo (R.K.) 10 september 1625.
  3. Zoon overleden Venlo 11 februari 1636.

Loy van Wel wordt in een register uit 1644 vermeld als een van de Venlose schippers! Hij wordt begraven bij de Gereformeerde Kerk van Kaldenkerken (D), waar we nu nog op zijn steen kunnen lezen: "Hier light begrave Loy van Wel in syn leve schipper van Venlo gewest starf Ao 1670 den 22 Febry ende Maria van Arsen syne huysfrouw starf 1681 den 21 september". Zie: Wel.

Lijst Venlonaren binnen de Gereformeerde Gemeente van Kaldenkerken

Bij het speuren naar de familie Boux in Venlo, loop ik muurvast in het midden van de 17de eeuw. Een van de verklaringen vond je hier beneden, weliswaar vind je gegevens in de DTB-boeken van de katholieke St.Martinuskerk in Venlo. Maar kijk eens in de lijst: Wed.Angenes Boux, Wed.Hubert Boux met kinderen, Willem Boux. Jammer genoeg geen gereformeerde DTB-gegevens over de periode 1620-1662 in Venlo en Kaldenkerken!!

40GerKald.png