Urbanus Titulaer

Uit TitVen
Ga naar: navigatie, zoeken

Urbanus Titulaer pleegt doodslag

Op 23 december 1692 wordt Urbanus op het Maasschriksel te Venlo geboren als zoon van maasschipper Franciscus Wiliquine Titulaer en Catharina Orbon. Orbo, zoals hij genoemd wordt, brengt zijn eerste levensjaren door op het Maasschriksel, wordt net als zijn vader maasschipper en trouwt 17 augustus 1715 in Venlo met Maria Christina Ingenriet uit Blerick. Pastoor J.van Hecke uit Venlo en pastoor Theodorus van den Panhuysen uit Blerick verlenen dispensatie voor hun huwelijk. Ze krijgen hun eerste twee kinderen in Venlo, een zoon Henricus, geboren 25 juni 1717, en een dochter Maria Catharina, geboren 8 juli 1719. In 1720 gaat het jonge gezin verhuizen naar Blerick, waar ze gaan wonen in het kerkstraatje aan de Maas, tegenwoordig de Helling. In datzelfde jaar vinden we een aantekening dat Orbo Titulaer twee koeien bezat en dat hij tapper was van “heftige waters”.

Het jaar daarop wordt overschaduwd door een verschrikkelijk voorval, waar Blerick ongetwijfeld lang over gesproken zal hebben. Op de zomeravond van 17 augustus 1721 zit Orbo met zijn vrouw rustig aan tafel wanneer Lins Coopmans binnenkomt en trammelant begint te maken. Hij maant Orbo naar buiten en slaat er stevig op los met een stok. Orbo grijpt naar het mes en verwondt Lins in zijn oog en hoofd. Lins overlijdt ter plekke aan zijn verwondingen, Orbo vlucht met zijn boot de Maas op. Door meer toeval dan wijsheid las ik dit in de Schepenbankgegevens van Blerick, en werd netjes verwezen naar de Gerichts-protocollen (Blerick; 1718-1732; RAL. 3283).

Procureur de Bon klaagt hem aan, een lange rechtszaak begint, op 29 augustus wordt beslag gelegd op de goederen van Orbo, zelf blijft hij al die tijd voortvluchtig. Op 9 december 1721 doet Mooren “vanwege” de 28-jarige Orbo zijn verhaal voor de heren der heerlijkheid Blerick. Door dit hele drama heeft hij waarschijnlijk de geboorte gemist van zijn dochter Aldegonde, 19 oktober 1721. Op 11 mei 1722 wordt tegen Orbo de conclusie van eis opgetekend: hij dient gestraft te worden zoals gebruikelijk voor dergelijke misdadigers. Vervolgens verschijnen tussen 15 mei en 6 juli 1722 een aantal getuigen voor het eerzaam gericht, dat bestaat uit Peter van Ulft (als clerck), Peter Jansen, Peter Wijnants, This Verijnen en Peter Schonck. De volgende getuigen verschijnen: Jenneken Lamers (huysvrouwe van Leonardus Ingenriet), Maria Wijnants (gewesene marte van voors: titeler), Geurt Linsen, Anthon Ingenriet, Maria Jansen, Jan Hillen, Leonora Faessen, Petronella Janssen en Helena Breuls (weduwe wijlen Cornelis Hermans). Gedetailleerde gegevens omtrent de rechtszaak ontbreken, een definitieve uitspraak van de straf voor Orbo is niet bekend. Hij verhuist met zijn gezin naar Venlo waar 12 januari 1724 zijn zoon Franciscus wordt geboren. Op 28 juni 1734 overlijdt Orbo Titulaer in Venlo op 41-jarige leeftijd, waarschijnlijk na een langer ziekbed aangezien z’n zoon Henricus op 12.04.1734 een burgerbrief laat opstellen, waarschijnlijk om de handel van z'n vader over te nemen. Zijn vrouw Maria Christina Ingenriet wil kort na zijn dood weer terug naar haar geboortedorp aan de andere kant van de Maas. Zij deelt op 2 mei 1735 aan de magistraat van Venlo mede dat zij met haar kinderen naar Blerick verhuist. Wanneer de weduwe op 1 juli 1737 een som geld leent blijkt zij weer te wonen in het huisje aan de Maas, aan de ene kant naast het kerkstraatje en aan de andere kant naast Lamert Lamerts. Op 13 april 1745 overlijdt Maria Christina, 50 jaar oud, inmiddels wel oma geworden van een kleinzoon Urbanus, genoemd naar haar geruchtmakende man. Het slachtoffer Lins Coopmans is geboren in Blerick op 14 april 1682 als zoon van Joannes Coopmans en Catharina Linssen (getrouwd 10 april 1678). Hijzelf trouwt 3 februari 1704 met Aldegondis Raeymaeckers, en zoals inmiddels bekend komt hij op 17 augustus 1721 tragisch aan zijn eind. Hij had drie kinderen: Mathias (geb.21.09.1709), Maria (geb.07.11.1714) en Leonardus (geb.19.09.1719). Deze laatste trouwt met een nicht van Orbo, Aldegondis Cuypers. De dochter van Helena Ingenriet, zuster van Maria Christina.

Hieronder volgen de getranscribeerde teksten die we betreffende dit voorval hebben aangetroffen in de gerichtsprotocollen van Blerick. Een verder onderzoek naar de complete rechtsgang zal nog moeten gebeuren.

RAL – Schepenbank Blerick [22.08.1721]

[de heere deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo titeler fugitiven / dese dictamen is confuyselijck hier ingeset en overgesch: int gerichtsprothocoll] in extra ordinario judicio den 22 augusti 1721 den procureur de Bon van wegen de heere clegeren geeft een Ersaem gerichte te kennen dat den fugitiven den seventhienden deses den persoone van lins coopmans met een messe in dessens hooft ende ooge eene wonde heeft toegevoeght in voegen dat den selven daer van op het selve moment is overleden en sulckx al sonder de minste redenen gelijck alle het selve naerder blijckt uijt de praeparatoore informatien

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [22.08.1721] – inquisitio generalis

[de heere deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo titeler fugitiven] in extra ordinario judicio den 22 augusti 1721 den procureur de Bon van wegen de heere clegeren geeft een Ersaem gerichte te kennen dat den fugitiven den seventhienden deses den persoone van lins coopmans met een messe in dessens hooft ende ooge eene wonde heeft toegevoeght in voegen dat den selven daer van op het selve moment is overleden en sulckx al sonder de minste redenen gelijck alle het selve naerder blijckt uijt de praeparatoore informatien hier mede overgegeven ende overmits al sulcke misdaeden in landen van justitie geensints en sijn tollerabel / dan naar rigeur van rechten moeten worden gestraft / ende den voors: fugitiven sigh met de vluchte heeft gesalvert soo versoecken die heere clegeren ten Eijnde hun ingevolgh landrecht pag: 378 art:15 tegens den voorsch: fugitiven edictale citatie (openbare dagvaardiging) magh worden verleent om op seckeren bequamen daegen voor desen E:E: gerichte te compareren ende hem in persoone te comen verantwoorden (inquisitio specialis) op hetgene de heere clegeren hem als dan sullen willen opleggen ‘T gericht gesien het gedicterde van wegens de heere clegeren tegen orbo titeler verleent denselve de versochte edictale citatie waerbij aen orbo titeler belaest wordt sigh te kome verantworden op den 5 Septembr: 1721 actum Blerick in extra ord: judicio den 22 augusti 1721 ter ond: v: den sche f.vander vichte scris

GLR-pag: 378 art:15 Het Gelderse Land- en Stadsrecht van het Overkwartier van Roermond 1620 (GLS): Deel VI. Spreeckende van misbruycken ende misdaden ende die manieren van die te vervolgen. Titel 4: Van ondersueck op swaere misdaeden ende vervolgh tegens de verloepene misdaedighe. [pag.378 – art.15] D’welck geschiedt sijnde, wordt der misdadiger bie oepenbaere uuytroepinge ende pleckinge van billetten ter gewoonlicker plaetsen gedaeght, om hem in persoen te comen verdedigen op ’t geene der heer oft officier hem wilt opleggen, ende dat binnen alsulcken tijdt, als daertoe wordt geordonneert, ende soe hie alsdan compt, wordt ierst bie ’t gericht veraffscheidt oft der heer hem van sijnen persoen sal mogen versiekeren ofte niet, ende voirts wordt darnaer in der saken geprocedeert van gerichtsdaghe tot gerichtsdaghe tot den einde toe, gelijck hieronder sal worden gesaght.


RAL – Gerichtsprothocol Blerick [29.08.1721]

[Taxatie der gereede goederen van orbo titeler en borghtochte voor deselve] wij peeter jansen stadthouder this verrijnen lins welles Schepenen deser Heerlickheyt Blerick verclaeren en attesteren mits desen dat voor ons gecompareert sijn jacob clercke ende mathijs hermans inwoonders deser Heerlickheyt ende ackerluyden van hunne styele de welcke hebben verclaert: alvoorens daer toe gerequireert door den hr.Capteyn Romer als last hebbende van en hem sterck maeckende voor de groot gebiedende Heeren alhier ter eenre ende door maria ingenRiet huysvrouwe van orbo titeler ter andere syede / getaxeert te hebben naer hun best vermoeyen en kennisse de vruchten soo alreede gemeyt en opgevaeren als alnoch te meyen respe en op den velde staende / afgetrocken de pachten die daer van en uyt aen de respe verhuyrders ofte eygenaers van de landeryen moeten worden gelevert: toebehoorende den voorschr: orbo titeler op eene somme van vijfthien patakons drij schelt vier st: goet gelt ende de mobilien ende goederen van den selven vermelt in den inventaris den achtienden deses daer van gemaeckt op eene somme van eenentwintigh patakons eenen schell maeckende alsoo te saemen de somme van ses en dertigh patakons vier schell vier stuver munte voors: alles nochtans ongever welckens volgens gecompareerden insgelijckx voor ons peeter jansen stadthouder / this verrijnen en lins welles schepenen voorn. ursula bitsen weduwe wijlen den secretaris henricus ingenRiet geassisteert bij haeren meerderjaerigen soone anthon ingenRiet specialijck tot desen acte gehoren en bystaende mombor de welcke met renontiatie op het beneficie / sen: cons: vel: si qua mulier daer van haer mits desen geinformeert houdende / heeft verclaert onder stipulatie in onse handen gedaen haer als borghe gestelt te hebben voor de voors: somme van ses en dertigh patakons vier schell vier st: munte voors: om daer voor als principael in te staen ten effecte van dijen de selve comparante / wij oock den mede comparant den voors: anthon ingenRiet hebben verbonden hunne respe persoonen en goederen soo gereede als ongereede om onder deselve cautie te ontsetten den arrest door den voorgemelten hr.Capteyn Romer in naeme en van wegens de heeren deser heerlickheyt op de goederen van den voors: titeler den achthienden deses geinterponeert in welck ontset den wel gemelten hr.capiteyn alhier ende ten desen praesent heeft geconsenteert / aldus gepassert en hebben de voors: comparanten dese beneffens ons Stadthouder Schepenen en Secretaris onderteeckent tot Blerick den 29 augusti 1721 en was onderteeckent uersuel Bitsen wedewe ingerit Anthonius ingenridt hier onderstont dit is het en stondt geteeckent eenen rieck merckt van jacob clerke en was voors onderteeckent mathijs hermans Romer capn.qq peter jansen als staethouder this verinen lins welles onderstont me prste franc: van der vichte scris

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [22.09.1721]

[de Heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo titeler fugitiven ende gedaghden] gedingh gehouden den 22 7br: 1721 de Bon van wegens de heere clegeren repeterende de tweede biljette behoorlijck geexplotert volgens mede komende relaes versoeckt tegens den gedaghden en fugitiven h.. acte van het 2de defaut cum expe..ses et amenda en derde ladinghe [dan volgen er twee aantekeningen van andere processen tegen peter vervort gedaghden en tegen jan den soone van marie jansen gedaghden] ‘T gericht gesien het gedicterde van den procureur de Bon van wegens de Heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo titeler waer bij den selven orbo titeler wordt gecondemnert int acte van het tweede defaut en derde ladingh waer bij den voornoemden orbo titeler wordt belast voor de derde eijse om op den sesden van october voor desen gerichte personelijck te compareren om te sien wat de heere clegeren hem alsdan sullen willen opleggen actum Blerick in judicio den 22 Septemb: 1721 Ter ordonnantie van dese gerichte franc:van der Vichte Scris

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [10.11.1721]

[de gebiedende Heeren deser heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler fugit: en gedaeghden] gedingh gehouden den 10 november 1721 de Bon van wegens de her:cleg:ren seght ten uytersten verwondert te sijn dat den procr: mooren tegens sijn beter weten ten voorgaende prothocolle op den naeme van den fugitiven heeft gaen dicteren / dat de procedure aenbelangende d’acte van de fauthen met te recht en soude gaen / mits aen hem ofte fugitiven daer aen niet en is gelegen / gemerckt den fugitiven sich selfs in persoone moet sisteren / als wanneer hij alsdan all ‘t geen can voorbrengen tot sijne vermeijnde defensie ‘t geene sijne raede sal gedraegen / het is immers in allen rechten vastgestelt / quod nullus perprocuratorem in judicio criminali comparere potest cum reus se in persona sistere debet si suam causam defendere velit leg: accusatore penult de publ: judicijs / te meer om dat volgens landtrechten deses overquartiers sulx oock uijtdruckelijck statueren als te sien pag: 376 art: 6 et pag: 378 art: 15 et 16 jae selfs int geciterde landtrechten bijt voorschr: te vergefs en inutil verbael aengetrocken in welcken arle in principio wel uijt druckelijck staen dese formalias ende off hij N:B: ondertuschen quam etc daeromme ob pdictas raones en acht men niet noodigh die caele ende frivole excusie ofte sustinuen te rencontreren aengesien deselve in desen subjecten cas niet te pas en comen / geleth dat daer op geen regard en mach worden genomen ten sije dat hij sich selfs in persoone sistert en alsdan te defenderen ingevolgh landtrechten hier vooren aengetrocken / daeromme persisteren de selven nochmael bij hun versoeck ten voorgaende prothocolle gedaen / ende versoecken daer op immers als nu dispositie ofte praefixie van dage ten fine van te sien dienen van intendit / en sijn vonnis te hooren wijsen Mooren van wegens den ged:de gevisitert hebbende het bovenstaende gedicterde versoeckt copije vant selve ende tijdt tot den naesten ende dat inmiddels niet praejudiciels en mag worden verhandelt sijnde des niet te min frivol dat den procureur de Bon als nu post festum met pnse rencontre wilt voor den dagh komen tegens het gedicterde deser sijets ten voorgaende prothocolle gedaen alwaer over het selve alreets gerichtelijck decret is ergaen ende de deser sijdte versochte copie is toegestaen in voeghe dat als nu niet vorders en kan worden verhandelt / als in ordine ex ad.so gedient sijnde van aenclaeghte / daer van bij vervolghde copie moet worden uijtgelevert ende versocht belastinge om te dienen van antwort versteck ende soo vervolgentlijck want immers de voorschr: copie verleent ende daer over decret ergaen sijne / daer over alhier geen tegenseggen en kan aengenomen worden / konnende op decret geen tegen decret ofte oordeel boven oordeel gegeven worden repeterende daeromme de voorschr: ord.tie ten voorgaende gerichtsdaghe gegeven persistert de Bon van wegens de he.ren clegeren geexaminert hebbende het bovenstaende gedicterde van parthije seght nochmaels dat aen den ged:en en fugitiven geene copije en mach worden verleent p procuratorem tensije hij comparert in persoone volgens het geallegeerde der landtrechten ende oversulx het naerder gedicterde van parthije per gnalia debatterende ende priora repeterende persistert bij sijn versoeck ende in cas van debat cum expensis Mooren seght dat tegens hier voore gereclamerde decret geen tegen seggen en magh vallen derhalven alhier tegen alle het bovenstaende gedicterde ex ad.so gedaen men niet van intentie en is jets specials te seggen dijen aengaende ten voorgaende respe e… penultime gerichtsdaghen genoechsaeme redenen deser sijts gededucert sijnde daeromme het bovenstaende respe en naerder gedicterde bij frivolheijt en impertinentie verwerpende persistert als voor de Bon het naerder gedicterde debatterende per gnalia en priora repeterende persistert bij sijn versoecke p:p: ‘T gericht gesien het bovenstaende gedicterde van den procureur de Bon van wegens de heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler fugitiven / verleenen aen den selven praefixie waerbij aen den voornoemden orbo tituler wordt geordonnert om op den 1 december 1721 personelijck te compareren voor desen gerichte en alsdan te sien dienen van intendit en sijn vonnis te hooren wijsen actum Blerick in judicio den 10 november 1721 Ter ord.tie van desen gerichte franc:van der Vichte Scris

GLR-pag: 376 art:6 Ingevalle daer niemandt mit der derder uuytroepinge ofte daginge op aengestelten dage ende tijde te voerschijn en compt in persoone, om hem te verantwoorden, alsdan worden die misdaediger allegader mit hunne mithulpers ten eeuwigen daghen gebannen, op hun lijff oft anderssints, naer gelegentheit van der misdaet.
GLR-pag: 378 art:16 Maer indien der misdadiger alsoe ingeroepen wesende niet en compt, noch hem en vertoent, soe wordt hie noch tot twee reisen van voertien dagen tot veertien dagen, wie voirs. gedaeght, ende compt hie alsdan noch niet, wordt den heere toegelaeten, die feiten van belastinghe bie geschrifte over te leggen mit den bescheid, ende bewijs daertoe dienende, ende wordt daerop der misdadiger voir die vierde reise geroepen, om ‘t selve te sien doen, ende sijn vonnis te hoiren wijsen.


RAL – Gerichtsprothocol Blerick [09.12.1721]

[de Heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo titeler gedaeghden] gedingh gehouden den 9Xbr: 1721 Mooren van wegens den gedaghden seght dat de ordonnantie van den thienden deses in saecke gegeven aen den gedaeghdens huijsvrouwe geinsinuert sijnde daer inne met verwonderinghe te sien de expresse van vonnis te hooren wijsen alvoor nochtans tot desen huijdighen dagh toe niet en is gedient van eysch off aenklaght / immers tot noch toe geen pertinente conclusie genomen / men gesweijge dat iets ter saecke naer behooren en in forma juris soude sijn geprobert / prosterende dijen volgens van nulliteijt soo van den voors: decrete / als alle voorgaende ten lest voorgaenden ende voorige gerichtsdaege naerder gedudicert / sonder praejudicie van dijen seght den gedaeghden dat hij betight wordende met de nederlaege van lins coopmans salig: dijenthalven niet en kan beschuldight worden veel minder criminaliter geactionert / gelijck het schint dat de Heeren clegeren voorhebbens sijn quia naturalis defensio proprij corporis semper impune est licita dat is te weten dat de natuijrlijcke verweringe een jegelijck van sijn eijgen lief altijdt onstraffelijck is toegelaeten dat nu den gedaghden in den ongeluckigen voorval tot sijn over grote droefheijt ende bederfelijcken schade sijn eijgen lief heeft moeten verweren en nootsaekelijcke aefwer moeten doen sulx sal men suo tempore de saeken bij einterieure reljulaeringe ten thoon / daer toe gedisponert sijnde overvloedigh ad sacietatem juris proberen inval van ontkennen naementlijck / dat den voors: lins coopmans salig: in des gedaeghdens huys ten tijde in quaestie / wanneer hij gedaghden gerustelijck aen sijne taefel met sijne huijsvrouw heft sitten eten / is gekomen aldaer den selven overlastelijck vallende in sijn eijgen huijs / rusie ende quaestie maeckende / hem gedaghde uijtroepende buijten de deure / den selven daer buijten comende sonder achterdencken van quaet den selven lins coopmans salig: hem soodanigh geaggrediert gehadt en met eenen stock over hooft en armen geslaegen: waer van hij gedaghden eene blauwe plecke over sijne schouder heeft behouden gehadt / dat hij nootsaekelijck verweren van sijn lief heeft moeten gebruijcken ende sijn messe te trecken geenen anderen middel voor handen sijnde om sigh te konnen verweren / welcke nootwer des to meerder is te praesumeren om dat den voors: lins coopmans salig: het ongelucke getreffe in het ooge heeft ontfangen gehadt / tot een teecken eerst van aggressie ende ten anderen oock / dat den gedaghden niet van intentie en is gewest denselven coopmans salig: een doodelijcken steck toe te voegen want andersints soude immers sulcken steck gesocht hebben in een ander litmaet van het lichaem / eerder als naer het gesicht hetwelck oock geensints en is te praesumeren soo om de naer aen getrouwde affiniteijt / als goede vroentschap die de selve notoorlijck altijdt saemen hebben gehouden / om dese nootsaeckelijcke verweringe des lichaems den gedaghden dijen aengaende moet worden gehouden buijten schult en straffe gelijck leert ad ff: in lib: 48 tit: 8 num: 30 ad casum: quibus homicidium est extra culpam et poenam scilicet si committatur innecessariam sui defensionem quae cum a natura sit permissa etiam cum caede aggressoris / sibi enim quisq: proximior est et charitas incipit a se ipso / ponit homicidium a culpa immune / et a poena dat is te weten tot desen te gelijcke cassen in de welcken eenen nederlage is buijten schult en straffe naementlijck als het geschiet tot nootsaeckelijcke defensie van sijn selven door de welck aengemerckt van de natuijre is toegelaeten oock met de doodt van den aenvaller ofte aggresseur / want een jegelijck aen hem selven het naeste is en de reguliere liefde begint vanvan hem selven / de nederlaege van de schult en straffe onschuldigh wordt gestelt / jae selfs oock conform hebbende de canonicke rechten / soo verre / qui non defndit vitam / dum potest sui mortis causa reputatur / dat den genen die sijn leven niet en defendert als hij kan / wordt gehouden van sijne eijgene doodt de oorsaeck te wesen / et sic potius vitam propriam servare quam alterius dictat naturalis ratio / ende alsoo dat het beter is sijn eijgen leven te conserveren als dat van een ander / onderwijsen de naturlijcke redenen ende de natuijre selfs / etiam cum caede aggressoris / oock met de doodt van den aenvaller / uti habet dictus auctor loca citato / overmits welcke ende meer andere redenen naerder te dudiceren ende bij den eventuelen thoon te proberen / voorts rechten middelen ende motieven hier toe / ex officio vel via juris / bij een eersaem gerichte naerder te voegen en suppleeren soo concludert en contendert den gedaghden ten eijnde hij van dese der Heeren clegeren actie cost en schadeloos sal worden onthoffen en gehouden idq: cum expens / vel alias omni melim modo via et forma cum expor / daer toe implorerende etc: den heere capitein Romer van wegens de heeren clegeren versoeckt copije van het voorenstaende gedicterde van partije ende dat aen hem de praeparatore informatien in saecken genomen onder recepisse mogen worden gevolght ’T gericht gesien het gedicterde van den capiteijn Romer verleenen aen den selven copije van het voorenstaende gedicterde van parthije als mede copije van de praeparatore informatien maer niet de selve onder recepisse uijt te lichten en ordonneren aen den selven sijne volmacht van wegens de heeren deser Heerlickheijt in handen van den secretaris over te leveren om ten protocoll opgesloten ende bewaert te worden actum Blerick in judicio den 9 december 1721 ter ordtie: van desen gerichte Franc: van der Vichte scris

ad ff: in lib: 48 tit: 8 num: 30 FF verwijst naar de Digesten uit het Corpus Iuris Civilis van de Romeinse keizer Justinianus (6de eeuw na Chr.). Deze Digesten (ook wel aangeduid als Pandecten) omvatten 50 boeken, elk boek onderverdeeld in titels en paragrafen (of nummers). Titel 8 van boek 4 omvat slechts 17 nummers, dus 30 is waarschijnlijk onvoldoende exact genoteerd door de schrijver van het gerichtsprotocol. Bij doorlezing staat in nummer 3 exact wat hier betoogd wordt: “qui hominem occidit, si non occidendo animo hoc admisit, absolvi posse” (vrij vertaald: “ wie een mens doodt en dit doet zonder de wil te hebben om te doden, kan vrijgesproken worden”). – Prof.Mr.A.Fl.Gehlen, 10.01.2000

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [19.01.1722]

[de heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler fugitiven en gedaghden] gedingh gehouden den 19 januarije de Bon van wegens de heeren clegeren in voldoeninge van desen Eersaemen gerichts ordonnantie de dato den 9 decembr: lestleden legh alhier over een copije autentijck van de volmacht van de vrouwe deser Heerlickheijt en nemt aen ten naesten te produceren de volmacht van den heer deser Heerlickheijt die den selve van de voorschr: vrouwe heeft aengekoght

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [16.03.1722]

[de Heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler fugitiven] gedingh gehouden den 16 meert 1722 den procureur de Bon van wegens de Heeren deser Heerlickheijt seght dat den heer Raedt Ruijs met Heere alhier bevonden heeft uijt den processe tegens den fugitiven orbo tituler dat den gerichte alhier niet verleent heeft het acte van het eerste defaut den 5e septemb: lestleden aloff schoon het selve deser sijts is worden versocht ende daer naer hebben gedecretert het tweede defaut sonder alvoorens gedecretert sijnde het Eerste ende overwelkes procedure eenige nulliteijten mocht komen worden gesustinert soo is dat den selven om die onnoodige disputen voor te komen dienlycker heeft geacht te repeteren het gedicterde van den 22 augustij lestleden ende andermael te versoecken nieuwe ende eerste edictale citatie ingevolgh landtrecht pag: 378 art: 15 tegens den voors: fugitiven om sekeren bequamen dage voor desen gerichte te compareren ende hem in persoone te comen verantworden op hetgene die heere clegeren alsdan hem sullen willen opleggen welcke Edictale citatie nochmaels wordt versocht [dan volgt een stuk betreffende de “momboirie” van marie jacobs] ‘T gericht gesien het gedicterde van den procureur de Bon in naeme van de Heere deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler / alwaer den selven in het selve dictamen aentreckt dat het tweede defaut verleent soude sijn sonder alvoorens het eerste verleent te sijn gewest / soo verclaeren de schepenen dat sij bij de citatie van den 5 septemb: lestleden alschoon daer niet positivelijck het Eerste defaut en is genominert effen wel het selve daer onder is ende moet worden verstaen ende wordt hier mede belaest diligentie tot voortbrengen der thoonen ende andersints noodige waer op men recht souden konnen doen actum Blerick in judicio den 16 meert 1722 Ter ord.tie van desen gerichte franc:van der Vichte Scris

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [13.04.1722]

[de heere deser heerlickheijt clegeren tegens orbo titeler fugitiven en gedaghden] gedingh gehouden den 13 april 1722 den procureur de Bon van wegens de heeren deser Heerlickheijt exhibert (overlegt) alhier den decret van den sesthienden meert lestleden versoeckt interpraetatie van het selve en signantelijck over de linien alhier gesubregulert om daer tegens alsdan te doen en te seggen pro vt cosilij [dan volgt een stuk betreffende de weduwe van wijlen peter verheyen] ‘T gericht gesien de versochte interpraetatie van den procureur de Bon van den decrete gegeven den 16 meert 1722 in saecke van orbo tituler verclaeren de schepenen de bovenste gesubregulerde linien geene interpraetatie van nooden te hebben als sijnde de selve clear / en de onderste gesubregulerde linien verstaen moeten worden dat in het toekomende de procedure in forme en tot verkortingh van het selve / moest voortgeset worden act. Blerick in judicio den 13 april 1722 Ter ord.tie van desen gerichte franc:van der Vichte Scris

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [11.05.1722] – Conclusie van eis

[gedingh gehouden den 11 maij 1722 verbale anclaghte voor de heere deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler fugitiven] de Bon van wegens de heeren deser Heerlickheijt clegeren geeft een E:E: gerichte te kennen dat den fugitiven den seventhienden augusti lestleden den persoone van lins coopmans met eene messe in dessens oogh / door het hooft heeft toegevoeght in voegen dat den selven doens op het selve moment is overleden en sulx allsonder die minste redenen gelijck alle hetselve blijckt uijt de pp.informatien overgegeven den 22 augusti lestleden en overmits all sulcke gedaene misdaden in lande van justitie geensints en sijn tollerabel dan naer rigeur van rechten moeten worden gestraft all ofschoon den voors: fugitiv: sigh met de vluchte heeft gesalvert overmits welcke en meer andere redenen etc: soo concluderen en contenderen die heeren clegeren ten Eijnde den fugitiven sal worden gestraft naer recht en justitie / gelijck dergelijcke misdadigers gestraft behoren te worden anderen ten Exempel / ofte mit andere allsulcke poene als een E.E. gericht in redenen en billicheijt sal vinden te behooren en sulx al met condemnatie en mijsen van justitie en in cas het voors: bewijs offe de pp. informatien voor geen legal bewijs off thoon en souden moogen worden aengenomen soo versoecken die heeren clegeren ten Eijnde de selve getuijgen daer over mogen worden gerecollert en tot sulcken eijnde praefixie van dagh Mooren van wegens den gedaghde versoeckt van het bovenstaende gedicterde copije per sijne Eijgenhandige memorie door van ulft toegesonden ’T gericht gesien het gedicterde van den procureur de Bon vanwegens de heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo titeler ordonneren de selven sijne thoonen op den vijfthienden deser ten thien uren tot recollement voorts te brengen actum Blerick in judicio den 11 maij 1722. Ter ordtie van desen gerichte franc: van der Vichte scris.

den fugitiven sal worden gestraft naer recht en justitie Deze eis houdt geen vordering van een specifieke lijf- of doodstraf in, maar door een algemene formulering te kiezen wordt voorkomen, dat een onjuiste formulering van de eis zou leiden tot onbedoelde vrijspraak van de verdachte. Zie GLS [pag.385 – art.7].


RAL – Gerichtsprothocol Blerick [15.05.1722]

[die heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler fugit. en ged.de] gedingh extra ordinaire gehouden den 15 maij 1722 Comparerende voor twee commissarissen deses Eersamst gerichts den eers: peter van ulft als clerck en in naeme van den procureur de Bon de welcke alhier in personen sistert jenneken lamers huijsvrouw van leonardus ingenRiet ende maria wijnants gewesene marte van den voors: tituler / versoeckende dat de selve praevia juramento over hunne den 17 augusti lestleden gegevene verclaeringen / mogen worden gerecollert / van de gedaene citatie constert

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [10.06.1722]

[Den procureur de Bon van wegens de gebiedende heeren deser Heerl: cleger: tegens orbo tituler fugit:] gedingh extra ordinaire gehouden voor de twee commissarissen peter jansen en peter wijnants op heden den 10 junij 1722 / Sistert alhier de persoone van geurt linsen / Anthon ingenRiet / en maria jansen / versoeckende dat de selve praevio juramento caeterisq: praemissis praemittendis over hunne gegevene verklaringe den seventhienden augusti lestleden mogen worden gerecollert van de gedaene citatie constert bij relaes hier mede mondelingh door den bode alhier overgegeven / comparerende alhier in persoone geurt linsen in praesentie van de bovenstaende twee commissarissen versoeckende uijtstel om sijnen Eijdt te doen in saecke van lins coopmans en orbo tituler tot ter tijdt dat hij sigh hier over bevraegh sal hebben wat hij hier in sal hebben te doen sullen den tijdt om sigh daer over te bevraegen wesen tot acht daeghen hier naer willende alsdan al voorens behoorlijck gecitert worden.

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [02.07.1722]

In extra ordinaire gedingh gehouden den 2 julij 1722 Comparerende voor de twee commissarissen peter jansen ende this verrinen den procureur de Bon van wegens de heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler fugit: sistert alhier de persoonen van jan hillen en leonora faesen en petronella jansen met versoeck dat over hune gedaene verclaeringe den 17ten augusti lestleden gegeven praevio juramento caeterisq: praemissis praemit-tendis mogen worden gerecollert en van het ghene hun verners wegen den doodt steck van lins coopmans magh wesen bewost sich sullen hebben te expurgeren van behoorlijcke citatie constert bij relaes hier mede overgegeven

RAL – Gerichtsprothocol Blerick [06.07.1722]

gedingh gehouden den 6 julij 1722 Comparerende voor de twee commissarissen peter wijnants / ende peter schonck den procureur de Bon van wegens de heeren deser Heerlickheijt clegeren tegens orbo tituler fugitiv: sistert alhier de persoone van geurt linsen / helena breuls weduwe wijlen cornelis hermans met versoeck dat de selve over hunne gegevene verclaeringe den seventhienden augusti lestleden van den doodt steck van lins coopmans mogen worden verEijdt en gerecollert / wie insgelijx maria verheijen praevio juramento caeterisq: praemissis praemittendis magh worden verclaert getuijgenisse der waerheijt te geven alles van het ghene haer bewust is van den voors: doodt steck ende wordt van haere depositie copije versocht van de gedaene citatien en arrest constert bij relaes hier mede overgegeven

OAV – Oud Archief Venlo nr.1456 [12.04.1734]

Henricus Tutelair ingeboren burger Wij Borgemr Schepenen, en Raedt der Stadt venlo doen hiermede konde ende tuijgen dat Henricus Tutelair is ingeboren borger deser Stadt, alhier houdende sij principale wooninge, borgerlijcke lasten draegende oock coophandel drijvende en datten selven onder eede in onsen handen vuijtgesworen, verclaert heeft geene goederen off koopmanschappen op deser stadts privilegien off rechten, soo lange hij borger wesende, te sullen vahren, off laeten vahren dan deghene hemselffs, ende sijne medeborgeren gelijck vrij sijnde toebehorende, wijee mede dat het merck hieronder geschreven sijns selffs eijgenhandigh gewoonlijck merck is in oirkonde der waerheijt hebben wij deser stadts segel hieronder op doen drucken, en dese door eener onser secretarissen onderteeckenen ter venlo den 12 April 1734.